De situering van het vak: wat is sociaal recht, uit welke twee takken bestaat het, en hoe is het historisch ontstaan? Minder belangrijk voor het examen, maar moet wel volledig gekend zijn.
Sociaal recht beantwoordt praktische, dagelijkse vragen zoals:
Aard: arbeidsrecht is privaatrecht — het regelt de verhouding tussen burgers onderling, meer bepaald de arbeidsverhouding.
| Type | Tussen wie? | Omschrijving |
|---|---|---|
| Individueel arbeidsrecht | werknemer (WN) ↔ werkgever (WG) | de individuele arbeidsrelatie |
| Collectief arbeidsrecht | werknemers ↔ werkgever(s) | collectieve verhoudingen (cao's, vakbonden, sociaal overleg) |
Uitgangsprincipes van het privaatrecht: contractsvrijheid en gelijkwaardigheid van de contractspartijen.
Aard: publiekrecht — het regelt de verhouding tussen burger en overheid. Het gaat om de rechten op sociale zekerheid die de burger kan inroepen/opeisen tegenover de overheid (de verzorgingsstaat) bij "sociale risico's". Grondslag: art. 23 Gw. Kenmerk: eenzijdigheid en dominantie van de overheid.
| Kenmerk | Arbeidsrecht | Socialezekerheidsrecht |
|---|---|---|
| Rechtstak | Privaatrecht | Publiekrecht |
| Verhouding | burgers onderling (WN ↔ WG) | burger ↔ overheid |
| Voorwerp | arbeidsverhouding, bescherming bij/rond werk | inkomensgarantie bij sociale risico's |
| Onderverdeling | individueel / collectief | verschillende stelsels en takken |
| Basisidee | contractsvrijheid + gelijkwaardigheid, maar veel dwingend recht | eenzijdigheid + dominantie overheid |
| Grondwet | art. 23 Gw. (arbeid, billijke voorwaarden, collectief onderhandelen) | art. 23 Gw. (recht op sociale zekerheid) |
Art. 23 Grondwet: "Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen."
Die rechten omvatten inzonderheid:
Het sociaal recht is een relatief "jonge" rechtstak.
De industrieel-kapitalistische productiewijze leidt tot loonarbeid, geregeld via een contract tussen werkgever en werknemer, op basis van de burgerrechtelijke principes gelijkheid en vrijheid. Het Decreet d'Allarde (1791) voert de vrijheid van beroepskeuze in (tegen de gilden).
| Instrument / wet | Betekenis |
|---|---|
| Werkmansboekje | controledocument dat de werknemer afhankelijk maakte van de werkgever |
| Art. 1781 BW | de werkgever werd "op zijn woord" geloofd inzake loon — bevoordeelde de werkgever |
| Wet Le Chapelier (1791) | verbod op beroepsverenigingen/coalities |
| Coalitieverbod — art. 415 Sw. | strafrechtelijk verbod op staking/coalitie |
Wantoestanden: zeer lange werktijden en lage lonen, geen politiek ingrijpen, vrouwen- en kinderarbeid, geen enkele sociale zekerheid, hevige onlusten. Gevolg: sociale onrusten (1886) en de opkomst van het socialisme.
| Jaar | Wet / maatregel |
|---|---|
| 1887 | Loonbescherming |
| 1889 | Vrouwen- en kinderarbeid |
| 1896 | Werkplaatsreglement |
| 1900 | Wet op de arbeidsovereenkomsten |
| 1905 | Verplichte zondagsrust |
| 1893 | Algemeen meervoudig stemrecht |
| 1921 | Vrijheid van vereniging |
Uitbouw van de arbeidsrechtelijke bescherming en van het huidige sociale-zekerheidsstelsel — voortdurend in ontwikkeling (let op de actualiteit, examenrelevant).
Art. 6 WAO: "Alle met de bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten strijdige bedingen zijn nietig voor zover zij ertoe strekken de rechten van de werknemer in te korten of zijn verplichtingen te verzwaren."
Dit is hét typevoorbeeld van dwingend recht ten voordele van de werknemer: afwijken ten gunste van de werknemer kan, afwijken ten nadele niet (zo'n beding is nietig).
| Bron | Belang |
|---|---|
| Art. 23 Gw. | sociale grondrechten (arbeid, sociale zekerheid, ...) |
| Art. 6 WAO | dwingend, beschermend recht voor de werknemer |
| Art. 1781 BW | (historisch) bevoordeelde de werkgever |
| Decreet d'Allarde (1791) | vrijheid van beroepskeuze / vrije arbeidsmarkt |
| Wet Le Chapelier (1791) | verbod op coalities/beroepsverenigingen |
| Art. 415 Sw. | coalitieverbod (strafrechtelijk) |
Naast de individuele arbeidsverhouding bestaat er een collectief niveau: het gestructureerde sociaal overleg tussen de sociale partners. Dit deel behandelt de actoren (vakbonden en werkgeversorganisaties), de cao en haar bindende kracht, het arbeidsreglement, de hiërarchie van de rechtsbronnen, en de overlegorganen binnen en buiten de onderneming.
Afspraken tussen werkgever (WG) en werknemer (WN) worden op twee niveaus geregeld:
| Niveau | Instrument | Regelt… |
|---|---|---|
| Individueel | Individuele arbeidsovereenkomst (AO) | de individuele arbeidsverhoudingen |
| Collectief | Collectieve arbeidsovereenkomst (cao) e.a. | de collectieve arbeidsverhoudingen |
| Voordelen | Nadelen |
|---|---|
| De inkomenskloof in België behoort tot de kleinste ter wereld, omdat lonen steeds collectief worden onderhandeld → vakbonden halen voor de massa meer uit de brand dan het individu. | Onder druk van de vakbonden weinig laagbetaalde arbeid in België → wijst op gebrek aan dynamisme. |
| De economie is door medezeggenschap van de sociale partners beter bestand tegen schokken (bv. financiële crisis 2008). | Weinig nachtwerk of tijdelijke arbeid door strikte regels. |
| Flexibiliteit komt in het gedrang (bv. hervorming 38-urenweek). Vraag of meer dynamiek gewenst is. |
Om als sociale partner aanvaard te worden, moet een organisatie voldoen aan representativiteitscriteria.
| Type | Omschrijving |
|---|---|
| Interprofessionele organisaties van werknemers (= vakverbonden) | Opgericht voor het gehele land + vertegenwoordigd in CRB en NAR + minimum aantal leden |
| Vakorganisaties (= vakcentrales, vakbonden) | Aangesloten bij of deel van een interprofessionele organisatie |
| Type | Omschrijving |
|---|---|
| Interprofessionele organisaties van werkgevers | Voor het gehele land; vertegenwoordigd in CRB en NAR |
| Professionele werkgeversorganisaties (= sectorale federaties) | Aangesloten bij of deel van een interprofessionele organisatie |
| Andere bij KB of wet erkende middenstands- en beroepsorganisaties | — |
De drie representatieve interprofessionele werknemersorganisaties zijn ABVV, ACV en ACLVB.
| Vakbond | Strekking | Voorzitter | Kernwaarden / kenmerken |
|---|---|---|---|
| ABVV (FGTB) | Socialistisch | Thierry Bodson | Arbeiderscontrole, gelijkheid, rechtvaardigheid; verzet tegen concurrentie en individualisme; in de praktijk de meest militante vakbond |
| ACV (CSC) | Christelijk — grootste vakbond | Ann Vermorgen | Medebeheer werknemers, verdraagzaamheid, gezin; staakt pas als alle andere middelen uitgeput zijn |
| ACLVB (CGSLB) | Sociaal-liberaal — dynamische liberale vakbond | Gert Truyens (eerder Mario Coppens) | Vrijheid, individualisme, gelijkheid; staking als ultiem drukkingsmiddel |
| Niveau | Organisaties |
|---|---|
| Nationaal (= interprofessioneel) | VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen / FEB) · BB (Boerenbond) · Unizo / UCM (zelfstandige ondernemers / middenstand) · Unisoc (non-profit, social-profitsector) |
| Regionaal | VOKA (Vlaanderen) · UWE (Wallonië — Union Wallonne des Entreprises) |
| Sectoraal (= professioneel) | Agoria (technologische industrie) · Assuralia (verzekeringen) · Comeos (handel/distributie) · Febetra (transport) · Fedustria (textiel, hout, meubel) · Febelfin (bank-/financiële sector) |
| Soort cao | Afgesloten in / door | Toepassingsgebied |
|---|---|---|
| Interprofessionele cao | Nationale Arbeidsraad (NAR) | alle bedrijfssectoren van het hele land |
| Sectorale cao | Paritair comité (PC) of paritair subcomité (PSC) | een bepaalde bedrijfssector of een onderdeel daarvan |
| Ondernemings-cao | de onderneming zelf | een bepaald bedrijf |
Een cao kan worden gesloten voor een bepaalde tijd, voor een onbepaalde tijd, of voor een bepaalde tijd met een verlengingsbeding. Latere toetreding tot een cao is mogelijk.
Bindend voor:
Voorbeeld AVV: KB van 9 maart 2014 waarbij cao nr. 109 van 12 februari 2014 (gesloten in de NAR, betreffende de motivering van het ontslag) algemeen verbindend wordt verklaard (BS 20.03.2014).
Art. 23 Cao-wet: "De individuele arbeidsovereenkomst die door een collectieve arbeidsovereenkomst stilzwijgend werd gewijzigd, blijft onveranderd, wanneer de collectieve arbeidsovereenkomst ophoudt uitwerking te hebben, tenzij het anders wordt bedongen in de overeenkomst zelf."
→ Wijzigingen die een cao in de individuele AO heeft aangebracht, blijven gelden ook nadat de cao is uitgewerkt.
| Als er een Ondernemingsraad (OR) is | Als er geen OR is |
|---|---|
| 1. ontwerp door de OR; | 1. ontwerp door de werkgever; |
| 2. kennisgeving via aanplakking; | 2. kennisgeving via aanplakking; |
| 3. akkoord in de OR: inwerkingtreding 15 dagen later; | 3. 15 dagen tijd voor opmerkingen; |
| 4. geen akkoord: verzoeningsprocedure via Toezicht op de Sociale Wetten en eventueel definitieve beslechting door het PC. | 4. geen opmerkingen: inwerkingtreding 15 dagen later; 5. wel opmerkingen: opnieuw verzoeningsprocedure met desnoods definitieve beslechting door het PC. |
a) Verplichte vermeldingen volgens de Arbeidsreglementenwet:
b) Verplichte vermeldingen volgens andere wetten en besluiten:
c) Facultatieve vermeldingen:
Rangorde (van hoog naar laag):
| Rang | Rechtsbron |
|---|---|
| 1 | Dwingend recht |
| 2 | Algemeenverbindendverklaarde (AVV) cao's — volgorde: NAR → PC → PSC |
| 3 | Niet-AVV cao's bij principiële binding — volgorde: NAR → PC → PSC → bedrijf |
| 4 | Geschreven individuele arbeidsovereenkomst (AO) |
| 5 | Niet-AVV cao's bij suppletieve binding |
| 6 | Arbeidsreglement |
| 7 | Aanvullend recht |
| 8 | Mondelinge individuele AO |
| 9 | Gebruik |
| Buiten de onderneming | Binnen de onderneming |
|---|---|
| NAR (Nationale Arbeidsraad) | OR (Ondernemingsraad) |
| PC / PSC (paritaire comités / subcomités) | Comité PBW / CPBW (Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk) |
| (+ buitenwettelijk: de Groep van Tien) | Synd. Afv. (Syndicale afvaardiging) |
| Werkgevers (kant) | Zetels | Werknemers (kant) | Zetels |
|---|---|---|---|
| VBO | 8 | ABVV-FGTB | 6 |
| Unizo/UCM | 3 | ACV-CSC | 6 |
| Boerenbond/Groen front | 1 | ACLVB-CGSLB | 1 |
| Unisoc | 1 |
Welk PC/PSC moet men volgen?
Nummering van de PC's:
| Begint met… | Betekenis |
|---|---|
| 1 | enkel arbeiders |
| 2 | enkel bedienden |
| 3 | arbeiders + bedienden = "gemengde" paritaire comités |
Voorbeelden: PC 116 = scheikundige nijverheid (arbeiders); PC 207 = bedienden uit de scheikundige nijverheid; PC 329 = socio-culturele sector.
Voorbeelden van paritaire comités:
Geen specifieke sector? ⇒ aanvullend paritair comité:
| Sector | Drempel (aantal werknemers) |
|---|---|
| Kleding-, confectie- en chemiesector | vanaf 30 |
| Voeding | vanaf 25 |
| Petroleum (bedienden) | vanaf 10 |
| Bewaking | vanaf 5 |
Het kernhoofdstuk van het vak: wat is een arbeidsovereenkomst, welke vier constitutieve bestanddelen onderscheiden haar (met de schijnzelfstandigheid als toetssteen), welke soorten AO bestaan er, en welke verplichtingen rusten op werkgever en werknemer? Daarbij twee bijzondere bedingen: het scholingsbeding en het concurrentiebeding. Basiswet: de Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (WAO).
Rechten en plichten van werkgever (WG) en werknemer (WN) zijn in verschillende rechtsbronnen geregeld. Bij tegenstrijdigheid heeft de hogere norm voorrang. Volgorde (van hoog naar laag):
Bescherming van de sollicitant — cao nr. 38 (van 6 december 1983, betreffende werving en selectie; laatst gewijzigd door cao nr. 38sexies van 10 oktober 2008, avv door KB van 11 januari 2009):
Gelijke behandeling gedurende alle fasen van de arbeidsrelatie — cao nr. 95:
De WAO regelt de meest courante types arbeidsovereenkomsten:
De vier constitutieve bestanddelen (telkens met het tegenvoorbeeld dat het bestanddeel afgrenst):
| Constitutief bestanddeel | Tegenvoorbeeld (afgrenzing) |
|---|---|
| 1. Wederkerige overeenkomst | het eenzijdig statuut (ambtenaar — statutair, geen overeenkomst) |
| 2. Arbeid (het verrichten van arbeid) | het volgen van een opleiding (leerovereenkomst) |
| 3. Loon | een onkostenvergoeding (vrijwilligerswerk) |
| 4. Gezag van een werkgever (gezagsverhouding / ondergeschiktheid) | geen gezag (zelfstandige aannemingsovereenkomst) |
Kerntoets: stemt de gekozen juridische omkadering van de arbeid overeen met de feiten?
De Arbeidsrelatiewet (Titel XIII Programmawet (I) van 27 december 2006 — "Aard van de arbeidsrelaties") biedt criteria om te bepalen of er werkgeversgezag is:
Weerlegbaar vermoeden van gezag in bepaalde sectoren:
Weerlegbaar vermoeden voor "platformwerkers":
Sociale Ruling — Administratieve commissie ter regeling van de arbeidsrelatie:
Het eenheidsstatuut:
Arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur (OD):
Arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd (BD) of voor een duidelijk omschreven werk:
De vervangingsovereenkomst:
Samenvattend overzicht — geschrift vereist?
| Type | Geschrift vereist? |
|---|---|
| Onbepaalde duur | Nee |
| Voltijds | Nee |
| Bepaalde duur / omschreven werk | Ja (ten laatste bij aanvang; anders OD) |
| Vervangingsovereenkomst | Ja (met specifieke vermeldingen) |
| Deeltijds | Ja (arbeidsduurregeling + rooster) |
| Studenten | Ja |
Aanvullend:
Gevallen waarbij het scholingsbeding GEEN uitwerking heeft, o.a.:
Gevallen waarbij het scholingsbeding als ONBESTAANDE wordt beschouwd, o.a.:
Basiskenmerken:
Afhankelijk van het jaarloon (loongrenzen 2025):
| Jaarloon (2025) | Geldigheid concurrentiebeding |
|---|---|
| Onder 43.106 EUR | Nooit geldig. |
| Boven 43.106 EUR | Enkel geldig als een cao dat bepaalt (de cao moet de functies aanduiden waarvoor het beding mag). |
| Boven 86.212 EUR | Geldig, tenzij een cao anders bepaalt. |
Bijkomende vormvereisten (voor de gewone WN):
Twee zwaar wegende examenonderdelen. Schorsing: de uitvoering van de AO houdt tijdelijk op (de overeenkomst blijft bestaan) — per grond moet je weten of er loonbehoud of een vervangingsinkomen is. Einde: de definitieve beëindiging — kwalificeer eerst de juiste wijze (opzegging, verbreking, dringende reden, …) vóór je gevolgen, termijnen en vergoedingen bepaalt.
Kernpunten:
De WN is geschikt om te werken en begeeft zich naar het werk, maar:
Loonbehoud: JA — loonbehoud voor de niet-gewerkte uren.
Loonbehoud — verschillende regeling arbeiders vs. bedienden:
| Statuut | Loon tijdens vakantie |
|---|---|
| Bediende | Loon wordt ook betaald op de vakantiedagen (door WG). |
| Arbeider | WG betaalt geen loon; de arbeider ontvangt vakantiegeld via de sociale zekerheid. |
Onderscheid in oorzaak:
| Periode | Ten laste van de werkgever | Ten laste van het ziekenfonds (ZIV) |
|---|---|---|
| 1e t.e.m. 7e dag | 100 % van het loon | 0 % |
| 8e t.e.m. 14e dag | 85,88 % van het loon | 0 % |
| 15e t.e.m. 30e dag | 25,88 % (beperkt tot de ZIV-loongrens) + 85,88 % van het loon boven de ZIV-loongrens | 60 % (beperkt tot de ZIV-loongrens) |
| Periode | Ten laste van de werkgever | Ten laste van het ziekenfonds (ZIV) |
|---|---|---|
| 1e t.e.m. 7e dag | 100 % | 0 % |
| 8e t.e.m. 14e dag | 86,93 % | 0 % |
| 15e t.e.m. 30e dag | 26,93 % (beperkt tot ZIV-loongrens) + 86,93 % boven de ZIV-loongrens | 60 % (beperkt tot ZIV-loongrens) |
| Periode | Dagelijkse loongrens (bruto) |
|---|---|
| 01/01/2025 – 31/01/2025 | € 179,5442 |
| Vanaf 01/02/2025 | € 183,1311 |
| 01/01/2026 – 28/02/2026 | € 183,1311 |
| Vanaf 01/03/2026 | € 186,7916 |
Onderscheid:
| Gewone bevalling | Bevalling van een meerling | |
|---|---|---|
| Prenataal | 6 weken: 5 weken facultatief + 1 week verplicht | 8 weken: 7 weken facultatief + 1 week verplicht |
| Postnataal | 9 weken verplicht + eventueel max. 5 weken niet-opgenomen prenatale rust | 9 weken verplicht + eventueel bijkomende 2 weken + eventueel max. 7 weken niet-opgenomen prenatale rust |
Loopbaan onderbreken → onderscheid tussen het recht/voorwaarden vs. de uitkering (RVA).
Vastgesteld tijdens een procedure met de volgende voorwaarden/stappen:
Beoordeling door de rechter:
Een eenzijdige beslissing van WG of WN = ONTSLAG → moet kenbaar gemaakt worden. Twee mogelijkheden: opzegging (met prestaties) of verbreking (onmiddellijk, met vergoeding).
Vormvereisten van de opzegging:
Duur van de opzeggingstermijn — eenheidsstatuut (van toepassing sinds 2014):
Duur — bijzondere (overgangs)regeling voor WN in dienst vóór 2014 (op 31/12/2013):
Vastklikken (stap 1) — concreet:
| Statuut op 31/12/2013 | Toepasselijke berekening van de vastgeklikte termijn |
|---|---|
| Arbeider | Correcte bron achterhalen voor de toepasselijke opzeggingstermijnen (oud arbeidersrecht / sectorale regels). |
| Bediende — jaarloon < € 32.254 | 3 maanden per begonnen periode van 5 jaar anciënniteit. |
| Bediende — jaarloon ≥ € 32.254 | 1 maand per begonnen jaar anciënniteit, met een minimum van 3 maanden. |
De verbrekende partij moet een opzeggingsvergoeding (verbrekingsvergoeding) betalen aan de tegenpartij:
Arbeidsongeschiktheid binnen een contract van bepaalde duur:
| Type contract van bepaalde duur | Voorwaarde | Gevolg |
|---|---|---|
| AO bepaalde duur < 3 maanden | WN langer dan 7 dagen arbeidsongeschikt | WG kan beëindigen zonder vergoeding. |
| AO bepaalde duur > 3 maanden | WN langer dan 6 maanden arbeidsongeschikt | WG kan beëindigen met vergoeding = resterend loon, max. 3 maanden, verminderd met het gewaarborgd loon. |
Procedure (concrete redenen opvragen):
Het ontslag mag dus niet kennelijk onredelijk zijn. Niet ok? → de rechter kan een schadevergoeding van 3 tot 17 weken loon toekennen.
Schorsing — heeft de WN loonbehoud?
Belangrijkste cijfers om te onthouden:
Dit deel bundelt drie belangrijke wetten: de wetgeving op het arbeidsreglement, de Loonbeschermingswet (1965) en de Arbeidswet (1971) met arbeidsduur, nachtarbeid, zondagsrust en betaalde feestdagen. Vooral de loonwet, de arbeidsduur en de feestdagen wegen zwaar op het examen.
De wet op het arbeidsreglement geldt voor de privésector én de publieke sector, met enkele uitzonderingen (bv. doctors/artsen in de geneeskunde, studenten-stagiairs). Vroegere arbeidsreglementen (anno 1870) waren puur disciplinaire instrumenten (12 uur werken, verbod op politiek, ontslag bij vergissing). Het moderne arbeidsreglement is wettelijk gekaderd en beschermt de werknemer.
De inhoud valt in drie categorieën: (1) wettelijk verplicht, (2) verplicht volgens andere reglementering, (3) vrije/facultatieve bepalingen.
| Situatie | Procedure |
|---|---|
| A) Er IS een ondernemingsraad |
1. De leden van de OR hebben een initiatiefrecht. 2. Goedkeuringsprocedure binnen de OR:
|
| B) Er is GEEN ondernemingsraad |
1. De werkgever (WG) maakt een ontwerp → dit wordt aangeplakt. 2. De werknemers kunnen opmerkingen noteren in een opmerkingenregister. 3. Bij opmerkingen → verzoeningspoging door de inspectie; mislukt die, dan naar het paritair comité. |
Het arbeidsreglement moet bekendgemaakt worden aan de werknemers: elke werknemer moet er kennis van kunnen nemen en een exemplaar moet beschikbaar zijn.
| Component | Telt mee als loon? | Toelichting |
|---|---|---|
| Loon in geld | Ja | De gewone geldelijke tegenprestatie voor arbeid. |
| Fooien of bedieningsgeld | Ja | Worden als loon beschouwd. |
| In geld waardeerbare voordelen | Ja | Voordelen die in geld kunnen worden uitgedrukt (bv. voordeel in natura). |
| Begrip | Omschrijving |
|---|---|
| Overdracht van loon | De werknemer (WN) doet vrijwillig afstand van een deel van zijn loon ten voordele van een derde-schuldeiser (op basis van een overeenkomst). |
| Beslag op loon | Gedwongen afstand van loon t.v.v. een derde-schuldeiser, via een vonnis. |
Welk loon is vatbaar voor overdracht of beslag?
Procedure:
De Loonkloof-wet voorziet maatregelen op verschillende niveaus:
| Grens | Norm |
|---|---|
| Daggrens | 8 uur/dag |
| Weekgrens | 38 uur/week |
| Minimumduur werkperiode | minstens 3 uur per werkperiode |
| Tijdsvenster prestaties | tussen 6u en 20u |
| Zondag | in principe niet op zondag werken |
De wet laat verschillende systemen toe om de grenzen te overschrijden of soepeler in te vullen:
| Type rust | Norm |
|---|---|
| Dagelijkse rust | 11 opeenvolgende uren per tijdvak van 24u |
| Wekelijkse rust | 35 uur (zondagsrust) |
| Rustpauze | na max. 6u arbeid recht op min. 15 minuten pauze |
(Voor elk geldt: uitzonderingen zijn mogelijk.)
Toegelaten overwerk:
| Geval | Voorwaarde / toelating |
|---|---|
| Gevallen zonder bijzondere toelating | van rechtswege toegelaten, bv. dreigend ongeval, dringende herstellingen |
| Gevallen toegestaan bij Koninklijk Besluit | toelating via KB |
| Buitengewone werkvermeerdering | toelating van de vakbondsafvaardiging én de inspectie |
| Onvoorziene noodzaak | toelating van de vakbondsafvaardiging |
| Vrijwillige overuren | voorafgaande vraag van de WN + akkoord tussen WG en WN |
Telkens gelden maximumgrenzen.
Inhaalrust:
Overloon (toeslag): de WN heeft naast inhaalrust recht op overloon wanneer de wettelijke grenzen overschreden worden.
| Wanneer | Toeslag |
|---|---|
| Overuren op gewone dagen (week + zaterdag) | 50% |
| Overuren op zondag en feestdagen | 100% |
Er geldt een informatieplicht van de WG t.a.v. de WN.
Afwijkingen:
| # | Feestdag | Datum |
|---|---|---|
| 1 | Nieuwjaar | 1 januari |
| 2 | Paasmaandag | variabel |
| 3 | Dag van de Arbeid | 1 mei |
| 4 | O.L.H.-Hemelvaart | variabel (donderdag) |
| 5 | Pinkstermaandag | variabel |
| 6 | Nationale feestdag | 21 juli |
| 7 | O.L.V.-Hemelvaart | 15 augustus |
| 8 | Allerheiligen | 1 november |
| 9 | Wapenstilstand | 11 november |
| 10 | Kerstmis | 25 december |
Het wettelijk kader rond de bescherming van werknemers tijdens de uitvoering van hun werk: de Welzijnswet, de zeven welzijnsdomeinen, het preventiebeleid van de werkgever en de aanpak van psychosociale risico's. Belangrijk voor het examen — maar enkel de in de les geziene delen zijn examenstof.
De werkgever moet de nodige maatregelen nemen om het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk te bevorderen. Dit welzijn wordt nagestreefd via zeven welzijnsdomeinen.
| # | Welzijnsdomein | Omschrijving |
|---|---|---|
| 1 | Arbeidsveiligheid | voorkomen van arbeidsongevallen en gevaarlijke situaties |
| 2 | Bescherming van de gezondheid | vermijden van beroepsziekten en gezondheidsschade op het werk |
| 3 | Psychosociale aspecten | o.a. stress, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk |
| 4 | Ergonomie | aanpassen van het werk, de werkpost en arbeidsmiddelen aan de mens |
| 5 | Arbeidshygiëne | blootstelling aan fysische, chemische en biologische agentia |
| 6 | Verfraaiing van de werkplaatsen | aangename en gezonde inrichting van de werkomgeving |
| 7 | Maatregelen i.v.m. leefmilieu | voor zover die een invloed hebben op de andere welzijnsdomeinen |
De werkgever moet een preventiebeleid voeren. De kern daarvan is het dynamisch risicobeheersingssysteem: een continu proces om risico's te beheersen.
Dit systeem wordt vertaald in twee planningsdocumenten:
Bij het uitwerken van de maatregelen gelden de algemene preventieprincipes, opgebouwd als een preventiehiërarchie:
Welzijn is een gedeelde verantwoordelijkheid. Elke werknemer moet, naar best vermogen, zorg dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. Concreet:
| Dienst | Afkorting | Rol |
|---|---|---|
| Interne dienst voor preventie en bescherming op het werk | IDPBW | elke werkgever moet er één hebben; één of meer preventieadviseurs binnen de onderneming |
| Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk | EDPBW | aanvulling op de interne dienst (o.a. arbeidsarts) wanneer de interne dienst de taken niet volledig kan opnemen |
De preventiediensten werken samen met het Comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW), het overlegorgaan met werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers dat advies geeft over het welzijnsbeleid.
De werkgever moet deze risico's voorkomen via risicoanalyse en passende maatregelen. Voor de aanpak van individuele situaties bestaan twee aanspreekpunten:
Een werknemer die meent schade te ondervinden, kan kiezen tussen twee procedures:
| Procedure | Inhoud |
|---|---|
| Informele procedure | gesprek, bemiddeling of interventie bij een andere persoon, via de vertrouwenspersoon of preventieadviseur PSA |
| Formele procedure | schriftelijk verzoek bij de preventieadviseur PSA, die de situatie onderzoekt en de werkgever adviseert over maatregelen |
Sociale zekerheid waarborgt een inkomen wanneer je bestaanszekerheid bedreigd wordt door een sociaal risico. Dit deel behandelt de 7 takken, de financiering, hoe de bijdragen van werknemers worden berekend (loonkost → bruto → belastbaar → netto) en het eigen sociaal statuut van zelfstandigen. De berekeningen voor werknemers én het zelfstandigenstatuut zijn zeer belangrijk voor het examen.
Twee kernkenmerken:
Er bestaan 3 verschillende socialezekerheidsstelsels: voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.
Thomas (42 j., magazijnier, ontslagen door herstructurering) illustreert het onderscheid. Hij leeft eerst van zijn werkloosheidsuitkering (enge zin). Wanneer hij die rechten uitput en zonder inkomen valt, klopt hij aan bij het OCMW: na een sociaal onderzoek kent dat een leefloon toe + een traject naar werk (brede zin).
De financiering bestaat uit drie inkomstenbronnen:
| Inkomstenbron | Aandeel |
|---|---|
| Sociale bijdragen (werknemers + werkgevers) | ± 65 % |
| Rijksbijdragen (toelagen van de staat) | ± 25 % |
| Andere inkomsten | ± 10 % |
| Nr. | Stelsel | Voor wie |
|---|---|---|
| 1 | Werknemers | wie verbonden is door een arbeidsovereenkomst (loontrekkenden) |
| 2 | Zelfstandigen | professionals die niet werken in een gezagsrelatie |
| 3 | Ambtenaren | vastbenoemden, beschermd via statuut |
Werknemers én werkgevers betalen bijdragen aan de RSZ (Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid) = centrale inningsinstelling. De RSZ verdeelt de middelen vervolgens over de bevoegde instellingen per tak:
| Tak | Beheersinstelling | Uitbetaling via |
|---|---|---|
| Ziekte- en invaliditeit | RIZIV | → HZIV of ziekenfonds → zieken en invaliden |
| Werkloosheid | RVA | → HVW of vakbonden → werklozen |
| Pensioenen | FPD (Federale Pensioendienst) | → werknemers met pensioen |
| Gezinsbijslag | VUTG/FONS | → kinderbijslagfondsen → werknemers met kinderen |
| Jaarlijkse vakantie | RJV | → vakantiekassen → arbeiders met vakantie |
| Arbeidsongevallen & beroepsziekten | Fedris | → verzekeraars → slachtoffers |
Bevoegdheid: in principe = de federale staat, maar steeds meer de deelstaten (vb. VDAB, Groeipakket in Vlaanderen). Aanvullende verzekeringen (vb. aanvullende hospitalisatieverzekering) winnen aan belang en vullen de wettelijke sociale zekerheid aan.
Per stelsel geldt een eigen toepassingsgebied en eigen aansluiting.
Zij betalen (via de werkgever) bijdragen voor de volgende takken:
→ Werknemers genieten dus de volledige (ruimste) bescherming van de 7 takken.
Zij betalen bijdragen voor een beperktere lijst:
Beheersstructuur zelfstandigen: de zelfstandige sluit verplicht aan bij een sociaal verzekeringsfonds óf bij de Nationale Hulpkas voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (NHSVZ). Deze fondsen storten door aan de RSVZ (Rijksdienst voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen). Vervolgens via: RIZIV → HZIV/ziekenfonds; FPD → pensioen; kinderbijslagfonds → zelfstandigen met kinderen; overbruggingsrecht → zelfstandigen in problemen.
| Stap | Begrip | Formule / definitie |
|---|---|---|
| 1 | Loonkost WG | = brutoloon + patronale RSZ |
| 2 | Brutoloon | = loon vóór inhoudingen |
| 3 | Belastbaar loon | = brutoloon − RSZ werknemer |
| 4 | Nettoloon | = belastbaar loon − bedrijfsvoorheffing |
Illustratief voorbeeld (controleer steeds met het effectieve barema voor de bedrijfsvoorheffing):
| Onderdeel | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Brutoloon | gegeven | 3.000,00 € |
| Patronale RSZ (± 25 %) | 3.000 × 25 % | 750,00 € |
| Loonkost werkgever | 3.000 + 750 | 3.750,00 € |
| RSZ werknemer (13,07 %) | 3.000 × 13,07 % | 392,10 € |
| Belastbaar loon | 3.000 − 392,10 | 2.607,90 € |
| Bedrijfsvoorheffing | volgens barema (gezinssituatie) | (variabel) |
| Nettoloon | belastbaar loon − bedrijfsvoorheffing | ≈ 2.000–2.100 € |
Bij aanvang / aansluitingen: aansluiting bij de RSZ, vakantiekas voor arbeiders, dienst Preventie en bescherming op het werk, arbeidsongevallenverzekering; documenten: arbeidsreglement, arbeidscontract, individuele rekening.
| Periodiciteit | Verplichting |
|---|---|
| Bij betaling | loonafrekening; inhouding werknemersbijdragen & bedrijfsvoorheffing; inschrijven individuele rekening |
| Maandelijks | voorschotten |
| Per kwartaal | bedrijfsvoorheffing aan FOD Financiën; sociale bijdragen aan de RSZ; premie arbeidsongevallenverzekering |
| Per jaar | fiscale loonfiche; afschrift individuele rekening; sociale balans |
Specifieke verplichtingen bij: einde contract, werkloosheid, SWT, overlijden, ziekte of ongeval, arbeidsongeval, beroepsziekte.
WEL recht op:
Overbruggingsrecht – bij stopzetting van de activiteit wegens: faillissement; collectieve schuldenregeling; economische moeilijkheden; overmacht → geeft recht op een tijdelijke uitkering.
Stap 1 – Wettelijke voorlopige bijdragen:
Stap 2 – Herziening en regularisatie (na ± 2 jaar):
Tijdslijn:
| −3 jaar | −2 jaar | −1 jaar | NU | +1 jaar | +2 jaar |
|---|---|---|---|---|---|
| Stap 1: voorlopige bijdragen op N−3 | |||||
| Stap 2: herziening / regularisatie | |||||
De bijdragevoet hangt af van (a) de hoogte van het beroepsinkomen en (b) het statuut van de zelfstandige:
| Inkomensschijf (netto belastbaar beroepsinkomen) | Bijdragevoet |
|---|---|
| 0 – 17.008,88 € | 20,5 % berekend op 17.008,88 € (dus altijd op het minimum) |
| 17.008,88 – 73.447,52 € | 20,5 % |
| 73.447,52 – 108.238,40 € | 14,16 % |
| > 108.238,40 € | 0 % (geen bijdrage op het deel boven het plafond) |
Interpretatie van de schijven:
Het overzicht koppelt netto belastbaar jaarinkomen aan grensbedragen en kwartaalbijdragen (hoofdberoep, 20,50 %):
| Netto belastbaar jaarinkomen (€) | Grensbedrag / betekenis | Kwartaalbijdrage (hoofdberoep) |
|---|---|---|
| < 1.881,76 | Bijberoep / Art. 37 | 463,88 (eerste 4 kwartalen) |
| < 3.763,51 | Vrijstelling 65+ / geen pensioen / gepensioneerde | — |
| 7.472,00 | Meewerkende partner | — |
| 7.880,00 | Vervroegd pensioen | — |
| 8.504,44 | Student-zelfstandige | — |
| 8.783,48 | Starterskorting (eerste 4 kwartalen) | — |
| 8.909,95 | Maximuminkomen artikel 37 | 470,56 |
| 9.000,00 | — | 475,32 |
| 10.000,00 | — | 528,13 |
| 12.000,00 | — | 633,76 |
| 15.000,00 | — | 792,20 |
| 17.008,88 | Elke zelfstandige (minimumdrempel) | 898,30 |
| 19.950,00 | — | 1.053,62 |
| 22.760,00 | — | 1.202,03 |
| 30.000,00 | — | 1.584,39 |
| 35.000,00 | — | 1.848,46 |
| 45.000,00 | — | 2.376,59 |
| 65.000,00 | — | 3.432,85 |
| 73.447,52 | bovengrens 20,5 %-schijf | 3.878,99 |
| 75.000,00 | (schijf 14,16 %) | 3.935,62 |
| ≥ 108.238,40 | plafond | 5.148,15 |
Bij starters is het inkomen nog niet gekend. Je hebt de keuze:
Stelsel "primo-starter": als je inkomen ver onder de grens van 17.000 € ligt, kan je hiervoor kiezen.
Je bent zelfstandige in bijberoep wanneer je daarnaast een hoofdactiviteit uitoefent (vb. minstens halftijds werknemer, ambtenaar met voldoende uren, of een vervangingsinkomen).
| Aspect | Werknemer | Zelfstandige |
|---|---|---|
| Band | arbeidsovereenkomst (gezagsrelatie) | géén gezagsrelatie |
| Aansluiting | werkgever bij RSZ | zelf bij sociaal verzekeringsfonds → RSVZ |
| Persoonlijke bijdrage | 13,07 % op brutoloon (+ ± 25 % patronaal door WG) | 20,5 % / 14,16 % op netto belastbaar beroepsinkomen (schijven), min. 871,71 € / max. 4.995,78 € per kwartaal |
| Berekeningsbasis | actueel brutoloon | inkomen van 3 jaar terug (voorlopig) + regularisatie |
| Werkloosheid | ja | neen |
| Arbeidsongevallen | ja | neen |
| Beroepsziekten | ja | neen |
| Ziekteverzekering (zorg + arbeidsongeschiktheid) | ja | ja |
| Moederschap | ja | ja |
| Pensioen (rust + overleving) | ja | ja (doorgaans lager) |
| Gezinsbijslag | ja | ja |
| "Vangnet" bij stopzetting | werkloosheid | overbruggingsrecht (faillissement, economische moeilijkheden, overmacht, collectieve schuldenregeling) |
| Bescherming algemeen | ruimst (7 takken) | beperkter |
De essentie per deel in bondige bullets: kernbegrippen, definities in één zin, jaartallen, artikelen en getallen. Bedoeld als memoriseerblad voor de laatste herhaling vlak vóór het examen — geen volledige uitleg, enkel wat je moet kunnen reproduceren.
Volgens de docent zijn ALLE oefeningen hieronder zeer belangrijk voor het examen. Studeer ze stuk voor stuk: ken zowel de opgave/casus, de redenering als de toegepaste wetsregel. Elke oefening is volledig uitgewerkt — inclusief alle stap-voor-stap-berekeningen (gewaarborgd loon, opzegtermijnen, loonbeslag-schijven en sociale bijdragen). Probeer telkens eerst zelf vóór je de oplossing opent.
Gratis preview: hieronder zie je de eerste drie volledig uitgewerkte oefeningen, zodat je de kwaliteit en aanpak kan beoordelen. De overige ~36 oefeningen (alle thema's, alle berekeningen) zitten in het Examen-pack.
Opgave. Welke hiërarchie bestaat er in de bronnen der verbintenissen betreffende de arbeidsbetrekkingen tussen werkgevers en werknemers?
De rangorde (van hoog naar laag) is:
Opgave.
Opgave. Aan welke essentiële voorwaarden moet voldaan zijn om te kunnen spreken van een arbeidsovereenkomst?
Er moeten drie essentiële elementen aanwezig zijn:
Opgave.
Opgave. Welke soort van arbeidsovereenkomst is van toepassing in volgende gevallen:
| Geval | Statuut |
|---|---|
| a) secretaris bij volksvertegenwoordiger | bediende |
| b) vrachtwagenchauffeur transportfirma | arbeider |
| c) chauffeur van de directeur | arbeider |
| d) onderhoudspersoneel kliniek | arbeider(s) |
| e) verkoopster beenhouwerij grootwarenhuis | bediende |
| f) tuinman bij een familie | arbeider |
| g) tuinman bij bloem- en plantenkwekerij | arbeider |
| h) magazijnier | bediende als hoofdzakelijk hoofdarbeid (bv. administratie); arbeider als hoofdzakelijk handarbeid |
Opgave. Is een verzekeringsagent verbonden door een bediendencontract? Verklaar.
Een verzekeringsagent is geen bediende, aangezien hij uitdrukkelijk wordt uitgesloten door artikel 4 van de wet op de arbeidsovereenkomsten. Hij is een zelfstandige.
Opgave. Mag een cao of een individuele arbeidsovereenkomst een regeling voorzien die afwijkt van de wet op de arbeidsovereenkomsten?
Ja, als ze niet de rechten van de werknemer vermindert of zijn verplichtingen verzwaart (afwijking enkel in het voordeel van de werknemer toegestaan).
Opgave. Een personeelschef ontslaat een werknemer op staande voet zonder dat er sprake kan zijn van een dringende reden. Kan de directeur van de firma hiervan afstand nemen zodat hij niet verantwoordelijk is voor de gevolgen?
Neen, hij is altijd verantwoordelijk voor het leidinggevende personeel; het tegenbewijs is niet mogelijk (onweerlegbaar vermoeden van aansprakelijkheid van de werkgever voor handelingen van zijn leidinggevenden).
Opgave. Kan een werknemer tegenover zijn werkgever een vordering instellen voor achterstallig vakantiegeld van twee jaar geleden?
Opgave. De arbeidsovereenkomst is een consensueel contract. Wat betekent dat?
Dat de overeenkomst tot stand komt door de eenvoudige toestemming van de partijen. Er is dus geen geschrift vereist.
Opgave. Een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd wordt gesloten zonder geschrift. Wat is daarvan het gevolg?
Er ontstaat een contract voor onbepaalde duur. (Het geschrift is een vormvereiste voor de bepaalde duur; ontbreekt het, dan valt men terug op de overeenkomst van onbepaalde duur.)
Opgave.
Opgave. Dirk werkt als IT-consultant op zelfstandige basis (minder sociale bijdragen, meer nettoloon). Bij zijn huidige klant, de firma Sport-online (KMO, online sportkleding), is hij al drie jaar aan de slag. Hij stuurt maandelijks een factuur van 2 750,00 EUR. Op de werkvloer draait hij mee in een team met nog drie anderen die wél een arbeidsovereenkomst met Sport-online hebben. Het team staat in voor de werking en het onderhoud van de website. Ze passeren 's ochtends langs de prikklok; de dag begint met een korte briefing door hun leidinggevende Hans (financieel directeur), die het team aanstuurt. Op vrijdagnamiddag evalueert Hans de werkzaamheden. Door een forse daling van de bestellingen zet Hans de samenwerking met Dirk onmiddellijk stop; hun samenwerkingsovereenkomst laat dat toe. Dirk krijgt geen ontslagvergoeding en heeft geen recht op werkloosheidsuitkering. Wat kan hierover gezegd worden?
Verschillende elementen wijzen erop dat er wellicht een volwaardige gezagsverhouding is in de samenwerking tussen Sport-online en Dirk, en dus dat hij slechts een schijnzelfstandige is. Vaststellingen:
Bij de beëindiging van de samenwerking kan Dirk argumenteren dat hij in de feiten altijd gewerkt heeft met een (weliswaar niet als zodanig geschreven) arbeidsovereenkomst. Hij kan de stopzetting van de samenwerking laten kwalificeren als een ontslag met verbreking en de bijbehorende verbrekingsvergoeding opeisen (link naar het hoofdstuk ontslag).
Opgave. Op 1 maart begon Johan te werken bij een vzw die daklozen begeleidt in Brussel. Men zocht iemand om gedurende zes maanden orde op zaken te stellen in het departement Administratie. Op 15 april stelt de directrice vast dat er nog geen contract werd opgemaakt en doet snel het nodige. Op 16 april legt ze een contract van bepaalde duur (duurtijd 1 maart t.e.m. 31 augustus) ter ondertekening voor aan Johan. Wat kan hier arbeidsrechtelijk over opgemerkt worden?
Een contract van bepaalde duur moet vormelijk aan enkele voorwaarden voldoen, o.a. moet het ten laatste op het moment van de start van de prestaties ondertekend zijn. Dat is hier duidelijk niet het geval (start 1 maart, ondertekening pas 16 april). Dat maakt op zich de arbeidsovereenkomst niet ongeldig, alleen kan de werknemer nu argumenteren dat er een contract van onbepaalde duur bestaat tussen hem en de vzw. Zelfs als hij alsnog tekent, blijft de ondertekening "te laat" (wat dan uiteraard wel bewezen zal moeten worden).
Opgave. Een werknemer veroorzaakt schade bij een klant door een fout. Het betreft een lichte fout. Is de werknemer aansprakelijk?
Het betreft hier waarschijnlijk een vorm van lichte schuld. Als deze eenmalig is, kan de werknemer niet aansprakelijk gesteld worden omwille van de bescherming van art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet. De werkgever zal de schade van de klant moeten vergoeden.
Opgave. De werkgever heeft de schade aan de klant vergoed terwijl de werknemer een zware fout beging. Kan hij verhaal uitoefenen?
Als de werkgever de schade vergoed heeft, kan hij verhaal uitoefenen op de werknemer, want die heeft een zware fout begaan.
Opgave. Welke gegevens moeten in de overeenkomst worden opgenomen?
Opgave. Een werkgever heeft zich contractueel het recht voorbehouden om de arbeidsovereenkomst eenzijdig te wijzigen (en wijzigt de functie van de werknemer). Mag dat?
Een werkgever mag zich niet contractueel het recht voorbehouden om de arbeidsovereenkomst eenzijdig te wijzigen, en dat is wat hier duidelijk gebeurt. De functie van een werknemer is een essentieel onderdeel van de arbeidsovereenkomst, dat enkel met instemming van de werknemer ingrijpend gewijzigd kan worden. Ondertekend of niet, dit soort clausules zal niet kunnen ingeroepen worden wegens strijdigheid met de arbeidsovereenkomstenwet.
Opgave. Wat gebeurt er met de arbeidsovereenkomst wanneer de uitvoering totaal onmogelijk is geworden?
De arbeidsovereenkomst neemt een einde wanneer de uitvoering van de overeenkomst daardoor totaal onmogelijk is geworden. Dit is een einde wegens overmacht (dus geen ontslag, waarvoor immers een wilsuiting nodig is).
Opgave. Wat als de uitvoering slechts tijdelijk onmogelijk is wegens overmacht? Behoudt de werknemer loon?
De arbeidsovereenkomst kan geschorst worden; de uitvoering is tijdelijk onmogelijk geworden wegens overmacht. De wetgeving voorziet echter geen loonbehoud tijdens deze periode. De werknemers zullen mogelijk wel een uitkering wegens tijdelijke werkloosheid kunnen aanvragen bij de RVA.
Opgave. Is het faillissement een reden tot schorsing of beëindiging van de arbeidsovereenkomst?
Het faillissement is op zichzelf geen reden tot schorsing of beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Als ze toch beëindigd wordt, moeten de wettelijke verplichtingen i.v.m. de opzeg worden nagekomen. De curator die de zaak beheert na de uitspraak van het faillissement, kan echter ook de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voortzetten.
Opgave. Wat zijn de gevolgen van een schorsing voor de verplichtingen van de partijen?
De arbeidsovereenkomst wordt geschorst. De partijen moeten hun verplichtingen daarna verder nakomen. Als men de overeenkomst wil beëindigen, moeten de wettelijke verplichtingen i.v.m. de opzeg nageleefd worden.
Opgave. Een werknemer komt te laat door een oorzaak buiten zijn wil. Behoudt hij zijn loon?
Hij behoudt zijn loon omdat de oorzaak van de vertraging onafhankelijk is van zijn wil. Hij moet wel een attest kunnen voorleggen waaruit de vertraging blijkt.
Opgave. Toepassingen van de regelgeving m.b.t. de onvolledige/onderbroken arbeidsdag:
Opgave. Is staken een dringende reden voor ontslag? Wat zijn de gevolgen als de werkgever toch ontslaat?
Staken is een recht. Dat wordt niet beschouwd als een dringende reden voor ontslag. De werkgever moet het loon voor de opzeggingstermijn betalen (en de werknemer kan mogelijk ook een extra vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag aan de rechter vragen).
Opgave.
Opgave. Op dag één veroorzaakt een plotse weersverandering dat de werknemer veel te laat op het werk aankomt. Wat met zijn loon? En wat met de dag(en) nadien als hij weet dat het slecht weer is?
Dag één: De impact van de plotse wijziging van het weer was bij vertrek nog niet gekend. In dat geval kan men art. 27 Arbeidsovereenkomstenwet (de onvolledige arbeidsdag) toepassen: de werknemer krijgt voor de volledige dag zijn loon, ook al heeft hij een gedeelte niet gepresteerd. Hij moet niet nablijven of de verloren tijd recupereren.
De dag nadien: Het onvoorzienbare karakter van de situatie is verdwenen; de werknemer kan zich nu wél voorbereiden op een moeilijk woon-werktraject. Doet hij dit niet, dan kan hij zich niet langer beroepen op de gunst van art. 27. Hij is nu door eigen toedoen te laat en de werkgever hoeft de niet-gepresteerde tijd niet te verlonen.
Opgave. Verschillende werknemers (Bert, Anja, Filip, Sofie, Ilse, Vicky, Shauni) willen klein verlet opnemen bij het overlijden van een (schoon)vader/stiefvader, in verschillende familiale situaties. Op welke regeling kunnen zij zich beroepen?
Voorafgaande opmerking: De eerste vraag is in welke sector de werkgevers actief zijn. Kort verzuim is een typisch 'sectoraal' geregeld onderwerp; men moet dus eerst nagaan of er geen cao is afgesloten in de respectieve paritaire comités die de gevallen van kort verzuim uitbreidt, dan wel de modaliteiten (meer dagen of een ruimere opnametermijn). Mogelijk is er in de onderneming zelf een gunstigere regeling. Zolang we hier geen zicht op hebben, bepalen we enkel de minimumrechten zoals verwoord in het KB van 28 augustus 1963:
Opgave. Bereken het gewaarborgd loon voor een arbeider die ziek is van maandag 6/1 tot en met donderdag 16/1.
De werkgever zal betalen:
Het ziekenfonds moet niets betalen (men zit nog binnen de eerste 14 dagen).
Opgave. Bereken het gewaarborgd loon: maandag 6/1 is er een onvolledige arbeidsdag; daarna is de arbeider ziek t.e.m. donderdag 16/1.
De werkgever zal betalen:
Het ziekenfonds betaalt niets.
Opgave. Bereken het gewaarborgd loon voor een arbeider die nog geen 30 dagen in dienst is en ziek wordt vanaf maandag 13/1.
De werkgever moet niets betalen, want de werknemer is nog geen 30 dagen in dienst van de werkgever. Het ziekenfonds zal betalen (in de veronderstelling dat de werknemer rechten heeft geopend in de ziekte- en invaliditeitsverzekering → zie hoofdstuk ZIV in onderdeel sociale zekerheid):
Opgave. De arbeider is in dienst vanaf dinsdag 7/1. Hij wordt ziek; bereken het gewaarborgd loon rond de overgang van "geen maand dienst" naar "wel een maand dienst".
De arbeider is in dienst vanaf dinsdag 7/1, dus één maand dienst op donderdag 6/2. De werkgever betaalt nog geen gewaarborgd loon op de dagen waarop de arbeider nog geen maand in dienst is.
Opgave. Bereken het gewaarborgd loon voor een arbeider met een dagloon van 110,00 EUR, ziek van maandag 20/1 tot donderdag 30/1.
De werkgever zal betalen:
Het ziekenfonds zal niets betalen (nog binnen de eerste 14 dagen).
Berekening:
Opgave. Bereken het gewaarborgd loon (werkgever én ziekenfonds) voor een arbeider met dagloon 180 EUR, ziek van maandag 20/1 tot zondag 9/2.
De werkgever zal betalen:
Het ziekenfonds zal betalen:
Toelichting loongrens: De ZIV-loongrens (in februari 2025 — we plaatsen ons op de datum van de oefening) was 183,13 euro in een zesdagenweek. Omgerekend naar een vijfdagenweek: 183,13 × 6/5 = 219,60 euro. Het dagloon (180 EUR) van deze werknemer blijft dus ruim onder de ZIV-loongrens, dus er is geen begrenzing van de berekening van de uitkering.
Berekeningen:
Opgave. Bereken het gewaarborgd loon (werkgever én ziekenfonds) voor een arbeider met dagloon 180 EUR, ziek vanaf donderdag 2/1 (langdurig, t.e.m. de 30ste dag en verder).
De werkgever zal betalen:
Het ziekenfonds zal betalen:
Berekeningen:
Opgave.
Opgave. Welke bedragen vallen niet onder het loonbegrip (geen RSZ-afhouding, niet beschermd door de Loonbeschermingswet)?
Er moeten geen RSZ-afhoudingen worden toegepast (vakantiegeld is hierop echter een uitzondering!). Deze bedragen vallen niet langer onder de bescherming van de Loonbeschermingswet (bv. wat betreft de strikte regeling over inhoudingen op loon).
Opgave. Waarom is loon in natura beperkt?
Door een overdreven loon in natura zou de werknemer te veel aan de werkgever gebonden zijn. De werknemer moet in de gelegenheid zijn het loon te besteden aan wat hij wil. (Verwijzing naar de sociale wantoestanden in de 19de eeuw — bv. truckstelsel.)
Opgave. Welke inhoudingen op het loon zijn toegelaten?
Opgave. Wat is het verschil tussen overdracht en beslag op loon?
Opgave. Bereken hoeveel een werknemer met een nettoloon van 1 700,00 EUR overhoudt na beslag (geen kinderen ten laste).
Toepassing van de beslagschijven (het effectieve loon stopt op 1 700):
| Schijf | Percentage | Beslagbaar bedrag |
|---|---|---|
| tot 1 388,00 | 0 % | -- |
| van 1 388,01 tot 1 492,00 | 20 % | 20,80 |
| van 1 492,01 tot 1 646,00 | 30 % | 46,20 |
| van 1 646,01 tot 1 700 | 40 % | 21,60 |
| boven 1 800,00 | 100 % | nvt |
| totaal | 88,60 |
De werknemer houdt over: 1 700,00 EUR − 88,60 EUR = 1 611,40 EUR netto.
Detailberekening:
Opgave. Bereken hoeveel een werknemer met een nettoloon van 2 000,00 EUR overhoudt na beslag, met 3 kinderen ten laste.
Eerst de beslagschijven toepassen:
| Schijf | Percentage | Beslagbaar bedrag |
|---|---|---|
| tot 1 388,00 | 0 % | -- |
| van 1 388,01 tot 1 492,00 | 20 % | 20,80 |
| van 1 492,01 tot 1 646,00 | 30 % | 46,20 |
| van 1 646,01 tot 1 800,00 | 40 % | 61,60 |
| boven 1 800,01 | 100 % | 199,99 |
| totaal | 328,59 |
Vermindering wegens kinderen ten laste: 3 kinderen × 86 EUR = 258 EUR.
Het deel van het nettoloon vatbaar voor beslag: 328,59 EUR − 258 EUR = 70,59 EUR.
De werknemer houdt over: 2 000,00 EUR − 70,59 EUR = 1 929,41 EUR netto.
Detailberekening van de schijven:
Opgave. In welk geval kan er beslag gelegd worden zonder de gewone grenzen/zonder beperking?
Als de werknemer door de rechtbank veroordeeld werd tot het betalen van alimentatiegeld. Dat kan verschuldigd zijn aan de kinderen, aan de ouders of aan de vroegere echtgenoot na echtscheiding (voor onderhoudsgeld geldt geen beslagbeperking).
Opgave.
Opgave. Hoe wordt het loon berekend wanneer overuren in oktober worden gepresteerd en de inhaalrust in november/december wordt opgenomen?
In oktober ontvangt hij het normale loon van die maand, vermeerderd met het overloon voor de gepresteerde overuren. In november en december ontvangt hij het loon voor de werkelijk gepresteerde arbeid, vermeerderd met het gewone loon dat overeenstemt met de uren waarvoor hij inhaalrust heeft genomen. Dus in november en december ontvangt hij ook zijn gewoon loon zonder vermindering voor de afwezigheid tijdens de dagen inhaalrust.
Als de overuren gepresteerd werden omwille van een buitengewone vermeerdering van werk of door een onvoorziene noodzakelijkheid, kan de werknemer kiezen voor de betaling van overuren in plaats van het nemen van inhaalrust. In dat geval ontvangt hij in oktober zowel zijn loon tegen 100 % als het overloon.
Opgave. Een werknemer presteert in de eerste acht weken van een trimester 390 uur. De normale grens is 38 uur/week. Is de interne overurengrens overschreden?
Gedurende het trimester mag nooit méér gepresteerd worden dan 143 uur boven de normale grens. Er moet dan onmiddellijk inhaalrust worden toegekend. In deze oefening is die grens nog niet bereikt:
Dit is een versoepeling ten gevolge van de Wet Peeters. Voor 2017 bedroeg de zgn. interne overurengrens slechts 78 uur.
Opgave.
Opgave. Mogen leerplichtige minderjarigen tewerkgesteld worden? In welke gevallen?
Het is verboden minderjarigen die onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht arbeid te doen verrichten of enig ander werk buiten het kader van hun opvoeding. Leerplichtige jongeren kunnen worden tewerkgesteld in volgende gevallen:
Opgave. Kan een leerplichtige jongere in een systeem van werken en leren een voltijdse arbeidsovereenkomst afsluiten?
Hij kan geen voltijdse arbeidsovereenkomst afsluiten, want door de optelling van de tijd besteed aan vorming en de arbeidstijd mag de normale gemiddelde wekelijkse arbeidsduur niet worden overschreden. Hij kan wel een deeltijdse arbeidsovereenkomst sluiten, aangevuld met de wettelijk verplichte vorming.
Opgave. Welke bijzondere beschermingsmaatregelen gelden voor (jonge) minderjarigen op het werk?
Opgave. Mag een werkgever een functie voorbehouden aan één geslacht?
In principe nee, behalve in specifieke gevallen waar het geslacht een wezenlijke beroepsvereiste is. Voorbeelden waar het wel mag: vrouwelijke mannequin, mannelijke mannequin, bariton (zanger).
Opgave.
Opgave. Welke partij(en) moet(en) bewijzen en waarom (antwoordopties A en B)?
A en B. Omdat het algemeen principe dat degene die iets eist moet bewijzen dat hij recht heeft op wat hij eist, wordt 'omgedraaid' (omkering van de bewijslast ten gunste van het vermeende slachtoffer van discriminatie).
Opgave. Mag men een leeftijdsgrens hanteren bij aanwerving/uitoefening van een functie?
In principe niet, omdat dit kan beschouwd worden als een vorm van discriminatie op basis van leeftijd.
Opgave. Een sportbond legt een maximumleeftijd (bv. 45 jaar) op aan scheidsrechters. Mag dat?
Dat is ook een vorm van discriminatie op basis van leeftijd. Het zou beter zijn scheidsrechters enkel nog toe te laten om te fluiten als ze daartoe fysiek geschikt bevonden zijn en voldoende vakkennis hebben. De leeftijdsgrens verbergt hier in feite het vermoeden dat men na de leeftijd van 45 niet meer voldoende fit is (en dat vermoeden mag de toets niet doorstaan; men moet de werkelijke geschiktheid beoordelen).