Deel 2 — Collectieve arbeidsverhoudingen Belangrijk

Naast de individuele arbeidsverhouding bestaat er een collectief niveau: het gestructureerde sociaal overleg tussen de sociale partners. Dit deel behandelt de actoren (vakbonden en werkgeversorganisaties), de cao en haar bindende kracht, het arbeidsreglement, de hiërarchie van de rechtsbronnen, en de overlegorganen binnen en buiten de onderneming.

1. Inleiding: individueel vs. collectief

Afspraken tussen werkgever (WG) en werknemer (WN) worden op twee niveaus geregeld:

NiveauInstrumentRegelt…
IndividueelIndividuele arbeidsovereenkomst (AO)de individuele arbeidsverhoudingen
CollectiefCollectieve arbeidsovereenkomst (cao) e.a.de collectieve arbeidsverhoudingen
Individuele arbeidsovereenkomst = een overeenkomst waarbij een werknemer zich ertoe verbindt om arbeid te verrichten, tegen betaling van een loon, onder gezag van de werkgever. (Deze drie elementen — arbeid, loon, gezag — zijn de essentiële kenmerken.)

2. Sociaal overleg

Sociaal overleg = het gestructureerde overleg tussen de "sociale partners" (werkgevers- en werknemersorganisaties) over de collectieve arbeidsverhoudingen.

2.1 Kenmerken / ontstaan

"Paritair" = werkgevers (WG) en werknemers (WN) zijn gelijk vertegenwoordigd (WG = WN).

2.2 Functie / nut

2.3 Voor- en nadelen

VoordelenNadelen
De inkomenskloof in België behoort tot de kleinste ter wereld, omdat lonen steeds collectief worden onderhandeld → vakbonden halen voor de massa meer uit de brand dan het individu.Onder druk van de vakbonden weinig laagbetaalde arbeid in België → wijst op gebrek aan dynamisme.
De economie is door medezeggenschap van de sociale partners beter bestand tegen schokken (bv. financiële crisis 2008).Weinig nachtwerk of tijdelijke arbeid door strikte regels.
Flexibiliteit komt in het gedrang (bv. hervorming 38-urenweek). Vraag of meer dynamiek gewenst is.

3. Actoren: aanvaarding als "sociale partner"

Om als sociale partner aanvaard te worden, moet een organisatie voldoen aan representativiteitscriteria.

3.1 Werknemerskant

TypeOmschrijving
Interprofessionele organisaties van werknemers (= vakverbonden)Opgericht voor het gehele land + vertegenwoordigd in CRB en NAR + minimum aantal leden
Vakorganisaties (= vakcentrales, vakbonden)Aangesloten bij of deel van een interprofessionele organisatie

3.2 Werkgeverskant

TypeOmschrijving
Interprofessionele organisaties van werkgeversVoor het gehele land; vertegenwoordigd in CRB en NAR
Professionele werkgeversorganisaties (= sectorale federaties)Aangesloten bij of deel van een interprofessionele organisatie
Andere bij KB of wet erkende middenstands- en beroepsorganisaties

4. De drie grote vakbonden

De drie representatieve interprofessionele werknemersorganisaties zijn ABVV, ACV en ACLVB.

4.1 Juridische aspecten

VakbondStrekkingVoorzitterKernwaarden / kenmerken
ABVV (FGTB)SocialistischThierry BodsonArbeiderscontrole, gelijkheid, rechtvaardigheid; verzet tegen concurrentie en individualisme; in de praktijk de meest militante vakbond
ACV (CSC)Christelijk — grootste vakbondAnn VermorgenMedebeheer werknemers, verdraagzaamheid, gezin; staakt pas als alle andere middelen uitgeput zijn
ACLVB (CGSLB)Sociaal-liberaal — dynamische liberale vakbondGert Truyens (eerder Mario Coppens)Vrijheid, individualisme, gelijkheid; staking als ultiem drukkingsmiddel

4.2 Structuur van de vakbonden

5. Werkgeversorganisaties

NiveauOrganisaties
Nationaal (= interprofessioneel)VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen / FEB) · BB (Boerenbond) · Unizo / UCM (zelfstandige ondernemers / middenstand) · Unisoc (non-profit, social-profitsector)
RegionaalVOKA (Vlaanderen) · UWE (Wallonië — Union Wallonne des Entreprises)
Sectoraal (= professioneel)Agoria (technologische industrie) · Assuralia (verzekeringen) · Comeos (handel/distributie) · Febetra (transport) · Fedustria (textiel, hout, meubel) · Febelfin (bank-/financiële sector)

6. De collectieve arbeidsovereenkomst (cao)

6.1 Definitie

Cao = een akkoord afgesloten tussen één of meer representatieve werknemersorganisaties aan de ene kant en één of meer representatieve werkgevers(organisaties) aan de andere kant, waarbij de individuele én collectieve verhoudingen tussen de werknemers en de werkgevers in een bepaalde sector of in een bepaald bedrijf worden vastgelegd.

6.2 Partijen bij een cao

Ondernemings-/bedrijfscao:
  • geen eenparigheid vereist (tenzij de wet expliciet anders voorziet);
  • maar toch algemene gelding binnen de onderneming.

6.3 Soorten cao's (per niveau)

Soort caoAfgesloten in / doorToepassingsgebied
Interprofessionele caoNationale Arbeidsraad (NAR)alle bedrijfssectoren van het hele land
Sectorale caoParitair comité (PC) of paritair subcomité (PSC)een bepaalde bedrijfssector of een onderdeel daarvan
Ondernemings-caode onderneming zelfeen bepaald bedrijf

6.4 Inhoud van een cao

6.5 Vormvereisten

De registratie is een substantieel vormvereiste. Doel: juridische zekerheid + openbaarheid.

6.6 Duur

Een cao kan worden gesloten voor een bepaalde tijd, voor een onbepaalde tijd, of voor een bepaalde tijd met een verlengingsbeding. Latere toetreding tot een cao is mogelijk.

6.7 Bindende kracht van cao's Zeer belangrijk

a) Principiële binding

Bindend voor:

Keten van principiële binding: Werknemersorganisatie(s) ↔ Werkgevers(organisatie)(s) → Werkgevers-leden → Hun werknemers.

b) Suppletieve binding

Tenzij zij — nadat die cao tot stand is gekomen — in de individuele arbeidsovereenkomst schriftelijk afwijken van die cao. Afwijken is dus nog mogelijk via een geschreven individuele AO.

c) Veralgemeende binding (algemeenverbindendverklaring — AVV)

Bij een algemeenverbindendverklaarde cao kan je niet meer afwijken via de individuele AO — en een inbreuk is een misdrijf. Dit is hét onderscheid met de suppletieve binding (waar schriftelijk afwijken wél kan).

Voorbeeld AVV: KB van 9 maart 2014 waarbij cao nr. 109 van 12 februari 2014 (gesloten in de NAR, betreffende de motivering van het ontslag) algemeen verbindend wordt verklaard (BS 20.03.2014).

d) Voortgezette binding (art. 23 Cao-wet)

Art. 23 Cao-wet: "De individuele arbeidsovereenkomst die door een collectieve arbeidsovereenkomst stilzwijgend werd gewijzigd, blijft onveranderd, wanneer de collectieve arbeidsovereenkomst ophoudt uitwerking te hebben, tenzij het anders wordt bedongen in de overeenkomst zelf."

→ Wijzigingen die een cao in de individuele AO heeft aangebracht, blijven gelden ook nadat de cao is uitgewerkt.

7. Het arbeidsreglement

7.1 Begrip en toepassingsgebied

7.2 Opstelling en wijziging

Als er een Ondernemingsraad (OR) isAls er geen OR is
1. ontwerp door de OR;1. ontwerp door de werkgever;
2. kennisgeving via aanplakking;2. kennisgeving via aanplakking;
3. akkoord in de OR: inwerkingtreding 15 dagen later;3. 15 dagen tijd voor opmerkingen;
4. geen akkoord: verzoeningsprocedure via Toezicht op de Sociale Wetten en eventueel definitieve beslechting door het PC.4. geen opmerkingen: inwerkingtreding 15 dagen later;
5. wel opmerkingen: opnieuw verzoeningsprocedure met desnoods definitieve beslechting door het PC.

7.3 Bekendmaking

7.4 Inhoud

a) Verplichte vermeldingen volgens de Arbeidsreglementenwet:

b) Verplichte vermeldingen volgens andere wetten en besluiten:

c) Facultatieve vermeldingen:

8. Hiërarchie van de rechtsbronnen Zeer belangrijk

Een lagere bron die meer toekent dan een minimumnorm is niet in strijd met die norm; evenmin als een lagere bron die minder oplegt dan een maximumnorm. Afwijken in gunstige zin mag dus.

Rangorde (van hoog naar laag):

RangRechtsbron
1Dwingend recht
2Algemeenverbindendverklaarde (AVV) cao's — volgorde: NAR → PC → PSC
3Niet-AVV cao's bij principiële binding — volgorde: NAR → PC → PSC → bedrijf
4Geschreven individuele arbeidsovereenkomst (AO)
5Niet-AVV cao's bij suppletieve binding
6Arbeidsreglement
7Aanvullend recht
8Mondelinge individuele AO
9Gebruik
De geschreven individuele AO (rang 4) staat boven de niet-AVV cao bij suppletieve binding (rang 5) — dit verklaart waarom men in de individuele AO schriftelijk kan afwijken van een suppletief bindende cao.

9. Instellingen voor collectief overleg Minder belangrijk

9.1 Overzicht: waar vindt het sociaal overleg plaats?

Buiten de ondernemingBinnen de onderneming
NAR (Nationale Arbeidsraad)OR (Ondernemingsraad)
PC / PSC (paritaire comités / subcomités)Comité PBW / CPBW (Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk)
(+ buitenwettelijk: de Groep van Tien)Synd. Afv. (Syndicale afvaardiging)

9.2 Organen BUITEN de onderneming

a) De Nationale Arbeidsraad (NAR)

Werkgevers (kant)ZetelsWerknemers (kant)Zetels
VBO8ABVV-FGTB6
Unizo/UCM3ACV-CSC6
Boerenbond/Groen front1ACLVB-CGSLB1
Unisoc1

b) De paritaire comités (PC) en subcomités (PSC)

Welk PC/PSC moet men volgen?

Nummering van de PC's:

Begint met…Betekenis
1enkel arbeiders
2enkel bedienden
3arbeiders + bedienden = "gemengde" paritaire comités

Voorbeelden: PC 116 = scheikundige nijverheid (arbeiders); PC 207 = bedienden uit de scheikundige nijverheid; PC 329 = socio-culturele sector.

Voorbeelden van paritaire comités:

Geen specifieke sector?aanvullend paritair comité:

Belang: de keuze van het PC bepaalt de toepasselijke (sectorale) cao's en dus loon- en arbeidsvoorwaarden — wat tot conflict kan leiden (bv. de zaak Carrefour B-Park, keuze PSC 202.01). Binnen één bedrijf vallen arbeiders en bedienden vaak onder een ander PC.

c) De Groep van Tien

9.3 Organen BINNEN de onderneming

a) De Ondernemingsraad (OR)

b) Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW / Comité PBW)

c) De Syndicale afvaardiging (SA)

Syndicale afvaardiging = syndicale delegatie / vakbondsdelegatie / vakbondsafvaardiging → vertegenwoordiging van de leden van een erkende vakorganisatie → aanduiding door de leden.
SectorDrempel (aantal werknemers)
Kleding-, confectie- en chemiesectorvanaf 30
Voedingvanaf 25
Petroleum (bedienden)vanaf 10
Bewakingvanaf 5

9.4 Sociale verkiezingen

Ook niet-verkozen kandidaten zijn beschermd — dit kan in de praktijk leiden tot hoge "gouden parachutes" / ontslagvergoedingen bij ontslag van beschermde werknemers.

Volgende deel: Individuele arbeidsovereenkomst →