Deel 2 — Collectieve arbeidsverhoudingen Belangrijk
Naast de individuele arbeidsverhouding bestaat er een collectief niveau: het gestructureerde sociaal overleg tussen de sociale partners. Dit deel behandelt de actoren (vakbonden en werkgeversorganisaties), de cao en haar bindende kracht, het arbeidsreglement, de hiërarchie van de rechtsbronnen, en de overlegorganen binnen en buiten de onderneming.
1. Inleiding: individueel vs. collectief
Afspraken tussen werkgever (WG) en werknemer (WN) worden op twee niveaus geregeld:
| Niveau | Instrument | Regelt… |
|---|---|---|
| Individueel | Individuele arbeidsovereenkomst (AO) | de individuele arbeidsverhoudingen |
| Collectief | Collectieve arbeidsovereenkomst (cao) e.a. | de collectieve arbeidsverhoudingen |
2. Sociaal overleg
2.1 Kenmerken / ontstaan
- Lange traditie in België.
- Syndicale of vakverenigingsvrijheid = internationaal grondrecht.
- Hoge en stabiele syndicalisatiegraad: in België is iets meer dan de helft (± 52 %) van de werkende Belgen lid van een vakbond. Dat is hoog in vergelijking met de buurlanden (Frankrijk < 10 %, Nederland en Duitsland ± 20 %). De Belgische vakbonden behoren tot de sterkste van Europa.
- Na WO II: juridische verankering ⇒ structureel overleg door "sociale partners" binnen een aantal "paritaire" organen.
- Vakbondspremie: voordeel dat vakbondsleden ontvangen.
2.2 Functie / nut
- Compensatie voor het machtsonevenwicht tussen (individuele) werknemers en de werkgever.
- De wetten van vraag en aanbod worden ingeperkt.
- Collectieve onderhandelingen komen in de plaats van louter individuele onderhandelingen.
2.3 Voor- en nadelen
| Voordelen | Nadelen |
|---|---|
| De inkomenskloof in België behoort tot de kleinste ter wereld, omdat lonen steeds collectief worden onderhandeld → vakbonden halen voor de massa meer uit de brand dan het individu. | Onder druk van de vakbonden weinig laagbetaalde arbeid in België → wijst op gebrek aan dynamisme. |
| De economie is door medezeggenschap van de sociale partners beter bestand tegen schokken (bv. financiële crisis 2008). | Weinig nachtwerk of tijdelijke arbeid door strikte regels. |
| Flexibiliteit komt in het gedrang (bv. hervorming 38-urenweek). Vraag of meer dynamiek gewenst is. |
3. Actoren: aanvaarding als "sociale partner"
Om als sociale partner aanvaard te worden, moet een organisatie voldoen aan representativiteitscriteria.
3.1 Werknemerskant
| Type | Omschrijving |
|---|---|
| Interprofessionele organisaties van werknemers (= vakverbonden) | Opgericht voor het gehele land + vertegenwoordigd in CRB en NAR + minimum aantal leden |
| Vakorganisaties (= vakcentrales, vakbonden) | Aangesloten bij of deel van een interprofessionele organisatie |
3.2 Werkgeverskant
| Type | Omschrijving |
|---|---|
| Interprofessionele organisaties van werkgevers | Voor het gehele land; vertegenwoordigd in CRB en NAR |
| Professionele werkgeversorganisaties (= sectorale federaties) | Aangesloten bij of deel van een interprofessionele organisatie |
| Andere bij KB of wet erkende middenstands- en beroepsorganisaties | — |
4. De drie grote vakbonden
De drie representatieve interprofessionele werknemersorganisaties zijn ABVV, ACV en ACLVB.
4.1 Juridische aspecten
- Grondrechten:
- Vakbondsvrijheid (IAO-verdrag nr. 87).
- Recht om actief op te treden (IAO-verdrag nr. 98).
- Representativiteit: geregeld in art. 3 Cao-wet.
- Rechtspersoonlijkheid? In principe niet. Uitzonderingen op grond van de wet ⇒ beperkte, functionele rechtspersoonlijkheid.
| Vakbond | Strekking | Voorzitter | Kernwaarden / kenmerken |
|---|---|---|---|
| ABVV (FGTB) | Socialistisch | Thierry Bodson | Arbeiderscontrole, gelijkheid, rechtvaardigheid; verzet tegen concurrentie en individualisme; in de praktijk de meest militante vakbond |
| ACV (CSC) | Christelijk — grootste vakbond | Ann Vermorgen | Medebeheer werknemers, verdraagzaamheid, gezin; staakt pas als alle andere middelen uitgeput zijn |
| ACLVB (CGSLB) | Sociaal-liberaal — dynamische liberale vakbond | Gert Truyens (eerder Mario Coppens) | Vrijheid, individualisme, gelijkheid; staking als ultiem drukkingsmiddel |
4.2 Structuur van de vakbonden
- ABVV bestaat uit verschillende vakorganisaties, o.m.: ABVV Metaal; ABVV Textiel, kleding en diamant; Bond van Bedienden, Technici en Kaderleden (BBTK); Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD, voor onderwijs en overheidsdiensten); enz.
- ACV bestaat uit verschillende vakorganisaties, o.m.: ACV-metaal; ACV-bouw en industrie; Landelijke Bediendencentrale; Nationaal Verbond van het Kaderpersoneel; ACV-openbare diensten; enz.
- ACLVB heeft een interprofessionele structuur i.p.v. vakorganisaties.
5. Werkgeversorganisaties
| Niveau | Organisaties |
|---|---|
| Nationaal (= interprofessioneel) | VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen / FEB) · BB (Boerenbond) · Unizo / UCM (zelfstandige ondernemers / middenstand) · Unisoc (non-profit, social-profitsector) |
| Regionaal | VOKA (Vlaanderen) · UWE (Wallonië — Union Wallonne des Entreprises) |
| Sectoraal (= professioneel) | Agoria (technologische industrie) · Assuralia (verzekeringen) · Comeos (handel/distributie) · Febetra (transport) · Fedustria (textiel, hout, meubel) · Febelfin (bank-/financiële sector) |
6. De collectieve arbeidsovereenkomst (cao)
6.1 Definitie
6.2 Partijen bij een cao
- Alleen representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties kunnen een cao sluiten.
- geen eenparigheid vereist (tenzij de wet expliciet anders voorziet);
- maar toch algemene gelding binnen de onderneming.
6.3 Soorten cao's (per niveau)
| Soort cao | Afgesloten in / door | Toepassingsgebied |
|---|---|---|
| Interprofessionele cao | Nationale Arbeidsraad (NAR) | alle bedrijfssectoren van het hele land |
| Sectorale cao | Paritair comité (PC) of paritair subcomité (PSC) | een bepaalde bedrijfssector of een onderdeel daarvan |
| Ondernemings-cao | de onderneming zelf | een bepaald bedrijf |
6.4 Inhoud van een cao
- Normatieve bepalingen — regelen de arbeidsverhoudingen zelf:
- individueel normatief (bv. loon, arbeidsduur) → belangrijk i.v.m. suppletieve binding;
- collectief normatief (regelen de collectieve verhoudingen).
- Obligatoire bepalingen — verplichtingen van de ondertekenende partijen onderling:
- informatieplicht;
- beïnvloedingsplicht;
- vredesplicht.
6.5 Vormvereisten
- Opgesteld in het Nederlands én het Frans, of in de taal van het gebied (N, F of D) wanneer de cao uitsluitend voor een bepaald taalgebied geldt.
- Verplichte vermeldingen: geldigheidsduur, wijze van opzegging, inwerkingtreding, toepassingsgebied, …
- Registratie ter griffie van de dienst collectieve betrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO).
6.6 Duur
Een cao kan worden gesloten voor een bepaalde tijd, voor een onbepaalde tijd, of voor een bepaalde tijd met een verlengingsbeding. Latere toetreding tot een cao is mogelijk.
6.7 Bindende kracht van cao's Zeer belangrijk
a) Principiële binding
Bindend voor:
- de organisaties die de cao zijn aangegaan en de werkgevers die lid zijn van die organisaties of die de overeenkomst zelf hebben aangegaan;
- de organisaties en werkgevers die later tot de cao toetreden, en de werkgevers die lid zijn van zo'n organisaties;
- de werkgevers die lid worden van een gebonden organisatie;
- àlle werknemers van een gebonden werkgever (ook niet-vakbondsleden!).
b) Suppletieve binding
- Wat? de individueel normatieve bepalingen van een "paritaire" cao (cao gesloten in een paritair orgaan).
- Voor wie? voor alle niet-principieel gebonden werkgevers en werknemers die behoren tot het ressort van dat paritair orgaan.
c) Veralgemeende binding (algemeenverbindendverklaring — AVV)
- Alleen cao's uit een paritair orgaan (NAR, PC) + op verzoek daarvan.
- Gebeurt bij KB ⇒ bekendmaking in het Belgisch Staatsblad (BS).
- Bindend voor alle WG en WN die behoren tot het ressort van het paritair orgaan ⇒ afwijking via individuele arbeidsovereenkomst is NIET meer mogelijk!
Voorbeeld AVV: KB van 9 maart 2014 waarbij cao nr. 109 van 12 februari 2014 (gesloten in de NAR, betreffende de motivering van het ontslag) algemeen verbindend wordt verklaard (BS 20.03.2014).
d) Voortgezette binding (art. 23 Cao-wet)
Art. 23 Cao-wet: "De individuele arbeidsovereenkomst die door een collectieve arbeidsovereenkomst stilzwijgend werd gewijzigd, blijft onveranderd, wanneer de collectieve arbeidsovereenkomst ophoudt uitwerking te hebben, tenzij het anders wordt bedongen in de overeenkomst zelf."
→ Wijzigingen die een cao in de individuele AO heeft aangebracht, blijven gelden ook nadat de cao is uitgewerkt.
7. Het arbeidsreglement
7.1 Begrip en toepassingsgebied
- ≈ "huishoudelijk reglement" van de onderneming.
- Bindend voor werkgever én werknemer.
- Geldt voor alle werkgevers en werknemers + daarmee gelijkgestelden (personen die arbeid verrichten onder gezag) ⇒ ook de overheidssector.
- Maar: er zijn uitzonderingen.
7.2 Opstelling en wijziging
| Als er een Ondernemingsraad (OR) is | Als er geen OR is |
|---|---|
| 1. ontwerp door de OR; | 1. ontwerp door de werkgever; |
| 2. kennisgeving via aanplakking; | 2. kennisgeving via aanplakking; |
| 3. akkoord in de OR: inwerkingtreding 15 dagen later; | 3. 15 dagen tijd voor opmerkingen; |
| 4. geen akkoord: verzoeningsprocedure via Toezicht op de Sociale Wetten en eventueel definitieve beslechting door het PC. | 4. geen opmerkingen: inwerkingtreding 15 dagen later; 5. wel opmerkingen: opnieuw verzoeningsprocedure met desnoods definitieve beslechting door het PC. |
7.3 Bekendmaking
- Iedere werknemer moet een afschrift ontvangen (bij studentenarbeid: ontvangstbewijs!) en op elk ogenblik makkelijk en zelfstandig inzage kunnen nemen.
- Op iedere plaats waar men werknemers tewerkstelt: een afschrift.
- Een afschrift naar de Inspectie van de sociale wetten.
7.4 Inhoud
a) Verplichte vermeldingen volgens de Arbeidsreglementenwet:
- de arbeidstijdregeling (uurroosters);
- de wijze van meting van en controle op de arbeid (m.o.o. bepalen van het loon);
- de wijze, het tijdstip en de plaats van betaling van het loon;
- de opzegtermijnen en de dringende redenen;
- de rechten en plichten van het toezichthoudend personeel;
- de straffen en boeten, hun bestemming en de tekortkomingen die ze bestraffen + de beroepsmogelijkheden van getroffen werknemers;
- de noodzakelijke gegevens bij EHBO (plaats van de eerstehulpverlener + plaats van de verbandkist);
- de namen van de leden van de OR, het CPBW en de syndicale afvaardiging;
- de duur van de jaarlijkse vakantie en de toekenningsregels + data van de jaarlijkse collectieve vakantie;
- de adressen van de inspectiediensten;
- de vermelding van cao's en/of collectieve akkoorden gesloten in de onderneming die van toepassing zijn op de werkomstandigheden;
- de identiteit van de verlener van de elektronische archiveringsdienst en de toegangsmogelijkheden van de werknemer.
b) Verplichte vermeldingen volgens andere wetten en besluiten:
- naam en adres van vakantiekas, kinderbijslagkas, verzekeringsmaatschappij tegen arbeidsongevallen en externe dienst voor preventie en bescherming op het werk waarbij de werkgever aangesloten is;
- de tijdstippen waarop de werknemer zijn individuele rekening kan raadplegen;
- de wettelijke feestdagen;
- naam en adres van de preventieadviseur;
- de tekst van cao nr. 25 (gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers);
- m.b.t. preventief alcohol- en drugbeleid (cao nr. 100): beleids-/intentieverklaring, regels rond beschikbaarheid/binnenbrengen/gebruik, werkwijze en procedures bij vaststellingen, regels inzake testen;
- m.b.t. preventie van psychosociale risico's (geweld, pesterijen, ongewenst seksueel gedrag): coördinaten preventieadviseur / dienst PBW en eventueel vertrouwenspersoon; de procedures voor een werknemer die slachtoffer meent te zijn.
c) Facultatieve vermeldingen:
- louter informatief, bv. bevoegd PC;
- afwijkingen op wettelijke bepalingen, bv. indienen ziekteattest;
- extra afspraken of richtlijnen, bv. rookverbod, social-mediabeleid.
8. Hiërarchie van de rechtsbronnen Zeer belangrijk
- Verschillende rechtsbronnen ⇒ wettelijke hiërarchie (art. 51 Cao-wet).
- Een lagere bron mag niet strijdig zijn met een hogere.
Rangorde (van hoog naar laag):
| Rang | Rechtsbron |
|---|---|
| 1 | Dwingend recht |
| 2 | Algemeenverbindendverklaarde (AVV) cao's — volgorde: NAR → PC → PSC |
| 3 | Niet-AVV cao's bij principiële binding — volgorde: NAR → PC → PSC → bedrijf |
| 4 | Geschreven individuele arbeidsovereenkomst (AO) |
| 5 | Niet-AVV cao's bij suppletieve binding |
| 6 | Arbeidsreglement |
| 7 | Aanvullend recht |
| 8 | Mondelinge individuele AO |
| 9 | Gebruik |
9. Instellingen voor collectief overleg Minder belangrijk
9.1 Overzicht: waar vindt het sociaal overleg plaats?
| Buiten de onderneming | Binnen de onderneming |
|---|---|
| NAR (Nationale Arbeidsraad) | OR (Ondernemingsraad) |
| PC / PSC (paritaire comités / subcomités) | Comité PBW / CPBW (Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk) |
| (+ buitenwettelijk: de Groep van Tien) | Synd. Afv. (Syndicale afvaardiging) |
9.2 Organen BUITEN de onderneming
a) De Nationale Arbeidsraad (NAR)
- Een nationaal overlegorgaan ⇒ interprofessioneel.
- Samenstelling: paritair, 26 leden benoemd voor 4 jaar (hernieuwbaar):
| Werkgevers (kant) | Zetels | Werknemers (kant) | Zetels |
|---|---|---|---|
| VBO | 8 | ABVV-FGTB | 6 |
| Unizo/UCM | 3 | ACV-CSC | 6 |
| Boerenbond/Groen front | 1 | ACLVB-CGSLB | 1 |
| Unisoc | 1 |
- Bevoegdheid: adviezen formuleren / voorstellen doen aan minister/parlement; cao's afsluiten → krijgen een nummer (interprofessionele cao's, bv. cao nr. 5, 25, 100, 109).
b) De paritaire comités (PC) en subcomités (PSC)
- Overleg op niveau van een bedrijfstak ⇒ sectoraal. Soms onderverdeeld in een PSC (paritair subcomité). Voorbeeld: PC 128 = lederbedrijven / PSC 128.04 = handschoennijverheid.
- Samenstelling: vertegenwoordigers van representatieve organisaties, paritair, benoemd voor 4 jaar (hernieuwbaar).
- Bevoegdheid: adviseren aan regering, NAR en CRB; (sectorale) cao's afsluiten; geschillen tussen werkgever en werknemers (via verzoeningsbureau); elke andere taak die de wet hen toevertrouwt.
Welk PC/PSC moet men volgen?
- De hoofdactiviteit van de onderneming is bepalend.
- De werkgever kiest, maar advies van de FOD WASO is mogelijk.
- Bij betwisting → de rechtbank beslist.
Nummering van de PC's:
| Begint met… | Betekenis |
|---|---|
| 1 | enkel arbeiders |
| 2 | enkel bedienden |
| 3 | arbeiders + bedienden = "gemengde" paritaire comités |
Voorbeelden: PC 116 = scheikundige nijverheid (arbeiders); PC 207 = bedienden uit de scheikundige nijverheid; PC 329 = socio-culturele sector.
Voorbeelden van paritaire comités:
- Arbeiders, o.m.: 104 (ijzernijverheid), 116 (scheikunde), 118 (voedingsnijverheid), 124 (bouw), 112 (garagebedrijf).
- Bedienden, o.m.: 201 (zelfstandige kleinhandel), 207 (scheikunde), 200 (ANPCB).
- Gemeenschappelijk arbeiders + bedienden, o.m.: 302 (horeca), 310 (banken), 330 (gezondheidsinrichtingen).
Geen specifieke sector? ⇒ aanvullend paritair comité:
- PC 100 (aanvullend, arbeiders);
- PC 200 (aanvullend nationaal paritair comité voor de bedienden — ANPCB; vroeger PC 218). Hierin zitten ± 400.000 bedienden.
c) De Groep van Tien
- Buitenwettelijk, paritair orgaan (5 + 5: vijf vertegenwoordigers van de werkgevers en vijf van de werknemers).
- Doel: sociale programmatie voor de komende jaren.
- Resultaat: interprofessionele akkoorden (IPA) → hebben op zich geen juridische waarde, maar vormen meestal wél de basis voor nieuwe wetgeving of cao's.
9.3 Organen BINNEN de onderneming
a) De Ondernemingsraad (OR)
- Drempel: in elke onderneming met gewoonlijk gemiddeld 100 werknemers.
- Samenstelling: het ondernemingshoofd + door hem aangeduide leden van het leidinggevend personeel; werknemersafgevaardigden via de zogenaamde "sociale verkiezingen".
- Ontslagbescherming: zowel verkozen als niet-verkozen kandidaten/leden van de OR genieten een bijzondere ontslagbescherming:
- ontslag enkel mogelijk wegens een dringende reden (beoordeling door de rechter) of wegens een economische of technische reden (beoordeling door het PC);
- een welbepaalde procedure moet gevolgd worden;
- bij inbreuk: forse schadevergoeding.
- Bevoegdheden:
- recht op informatie (zowel structureel als occasioneel);
- recht van advies (bv. vorming, onthaal, arbeidsorganisatie);
- beslissingsbevoegdheid, bv.: opstellen/wijzigen van het arbeidsreglement; vastleggen van de jaarlijkse vakantie; bestemming van disciplinaire boetes;
- controlebevoegdheid.
b) Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW / Comité PBW)
- Drempel: in elke onderneming met gewoonlijk gemiddeld 50 werknemers.
- Samenstelling: idem als de OR.
- Bevoegdheid: het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bevorderen (veiligheid, gezondheid, psychosociale belasting …): adviseren, controleren en (veiligheids)bevorderend optreden.
c) De Syndicale afvaardiging (SA)
- Regeling: kaderregeling via cao nr. 5 ↔ concrete regeling via sectorale cao's. De regeling varieert per sector en hangt af van de grootte van het bedrijf, bv.:
| Sector | Drempel (aantal werknemers) |
|---|---|
| Kleding-, confectie- en chemiesector | vanaf 30 |
| Voeding | vanaf 25 |
| Petroleum (bedienden) | vanaf 10 |
| Bewaking | vanaf 5 |
- Ook hier: een bijzondere (maar andere) ontslagbescherming dan bij de OR/CPBW.
- Bevoegdheid:
- cao's onderhandelen (het effectieve afsluiten gebeurt door de vakorganisaties zelf);
- de toepassing van de sociale wetgeving nagaan;
- aan een lid bijstand verlenen bij een geschil met de werkgever;
- als er geen OR of CPBW bestaat: overnemen van bepaalde bevoegdheden van die organen.
9.4 Sociale verkiezingen
- De werknemersafgevaardigden in de OR en het CPBW worden aangeduid via de "sociale verkiezingen".
- Vinden periodiek plaats (in België om de 4 jaar).
- Wie kandidaat is voor de OR maar niet verkozen raakt, heeft toch recht op de bijzondere ontslagbescherming.