Deel 3 — Individuele arbeidsovereenkomst: begrippen & verplichtingen Zeer belangrijk

Het kernhoofdstuk van het vak: wat is een arbeidsovereenkomst, welke vier constitutieve bestanddelen onderscheiden haar (met de schijnzelfstandigheid als toetssteen), welke soorten AO bestaan er, en welke verplichtingen rusten op werkgever en werknemer? Daarbij twee bijzondere bedingen: het scholingsbeding en het concurrentiebeding. Basiswet: de Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (WAO).

1. Inleiding Minder belangrijk

1.1 Historische evolutie

1.2 Bronnen van de verbintenissen — de hiërarchie

Rechten en plichten van werkgever (WG) en werknemer (WN) zijn in verschillende rechtsbronnen geregeld. Bij tegenstrijdigheid heeft de hogere norm voorrang. Volgorde (van hoog naar laag):

  1. Dwingende bepalingen van de wet
  2. Algemeenverbindendverklaarde cao's
  3. Niet-algemeenverbindendverklaarde cao's (WG zelf betrokken of lid van een ondertekenende organisatie)
  4. Geschreven individuele overeenkomst
  5. Niet-algemeenverbindendverklaarde cao's (anders dan in 3.)
  6. Arbeidsreglement
  7. Aanvullende bepalingen van de wet
  8. Mondelinge individuele overeenkomst
  9. Het gebruik
Geheugensteun: dwingende wet → avv-cao → niet-avv-cao (eigen) → geschreven contract → niet-avv-cao (andere) → arbeidsreglement → aanvullende wet → mondeling contract → gebruik.

1.3 Gelijke behandeling van werknemers

Bescherming van de sollicitant — cao nr. 38 (van 6 december 1983, betreffende werving en selectie; laatst gewijzigd door cao nr. 38sexies van 10 oktober 2008, avv door KB van 11 januari 2009):

Gelijke behandeling gedurende alle fasen van de arbeidsrelatie — cao nr. 95:

1.4 Taalgebruik in de sociale betrekkingen (Vlaanderen)

2. Algemene begrippen i.v.m. de Arbeidsovereenkomstenwet Zeer belangrijk

2.1 Toepassingsgebied van de Arbeidsovereenkomstenwet

De WAO regelt de meest courante types arbeidsovereenkomsten:

  • Werklieden (arbeiders)
  • Bedienden
  • Handelsvertegenwoordigers
  • Dienstboden
  • Studenten
Voor uitzendkrachten werd een aparte wet gemaakt (uitzendarbeid valt dus buiten de WAO).

2.2 Begrip arbeidsovereenkomst — definitie & constitutieve bestanddelen

Een arbeidsovereenkomst is een wederkerige overeenkomst waarbij een persoon (de werknemer) zich ertoe verbindt arbeid te verrichten tegen loon, onder het gezag van een ander (de werkgever).

De vier constitutieve bestanddelen (telkens met het tegenvoorbeeld dat het bestanddeel afgrenst):

Constitutief bestanddeelTegenvoorbeeld (afgrenzing)
1. Wederkerige overeenkomsthet eenzijdig statuut (ambtenaar — statutair, geen overeenkomst)
2. Arbeid (het verrichten van arbeid)het volgen van een opleiding (leerovereenkomst)
3. Looneen onkostenvergoeding (vrijwilligerswerk)
4. Gezag van een werkgever (gezagsverhouding / ondergeschiktheid)geen gezag (zelfstandige aannemingsovereenkomst)
Het werkgeversgezag / de ondergeschiktheid is hét onderscheidend criterium tussen een arbeidsovereenkomst en een zelfstandige aannemingsovereenkomst.

2.3 Schijnzelfstandige – schijnwerknemer (herkwalificatie)

Kerntoets: stemt de gekozen juridische omkadering van de arbeid overeen met de feiten?

  • Arbeidsovereenkomst = werkgeversgezag. Ontbreekt het werkgeversgezag → mogelijk "schijnwerknemer"herkwalificatie (naar zelfstandige).
  • Aannemingsovereenkomst = geen werkgeversgezag. Is er tóch werkgeversgezag → mogelijk "schijnzelfstandige"herkwalificatie (naar werknemer).

De Arbeidsrelatiewet (Titel XIII Programmawet (I) van 27 december 2006 — "Aard van de arbeidsrelaties") biedt criteria om te bepalen of er werkgeversgezag is:

  • Neutrale criteria: formele kenmerken (op zich niet bepalend).
  • Algemene criteria: bruikbaar in elke arbeidsrelatie (o.a. "de mogelijkheid een hiërarchische controle uit te oefenen").
  • Specifieke criteria: enkel voor bepaalde sectoren/beroepen — bij KB vast te leggen.

Weerlegbaar vermoeden van gezag in bepaalde sectoren:

  • Bouwsector, bewakings- en toezichtsdiensten, personen- en goederenvervoer, schoonmaakactiviteiten.
  • Lijst van 9 criteria: indien meer dan de helft vervuld → weerlegbaar vermoeden van gezag (= werknemer).

Weerlegbaar vermoeden voor "platformwerkers":

  • Lijst van 8 criteria: indien 3 van de 8 vervuld (of 2 van de laatste 5) → weerlegbaar vermoeden van gezag.

Sociale Ruling — Administratieve commissie ter regeling van de arbeidsrelatie:

  • Administratieve afdeling: beslist bij opstart van de samenwerking onder welk statuut de arbeidsrelatie valt → bindend voor de betrokken partijen én de overheidsinstanties.
  • Normatieve afdeling: stelt criteria op voor bepaalde sectoren/beroepen.
Rechtspraak — Cass. 10 oktober 2016 (S.14.0074.N): een tuchtrechtelijk sanctierecht van de ene partij over de andere sluit de kwalificatie van zelfstandige samenwerking uit (de zelfstandige moet "ongedisciplineerd" kunnen zijn). Enkel als het sanctierecht inherent is aan de beroepsuitoefening of wettelijk opgelegd, kan dit anders zijn.

2.4 Ontstaan en duur van de arbeidsovereenkomst

  • Consensueel contract: ontstaat door wilsovereenstemming.
  • Mondeling of schriftelijk:
    • Algemeen principe: geen vormvoorschriften (mondeling volstaat).
    • Tenzij uitdrukkelijk een geschrift vereist is, o.a. bij: AO voor studenten, AO van bepaalde duur, vervangingsovereenkomst, deeltijds werken, ...
    • De wetgever verbindt dus strengere voorwaarden aan sommige soorten arbeidsovereenkomsten.

2.5 Soorten arbeidsovereenkomsten

a) Indeling op basis van het verrichte werk

  • Werklieden (arbeiders): leveren hoofdzakelijk handarbeid.
  • Bedienden: leveren hoofdzakelijk hoofdarbeid.
  • Handelsvertegenwoordigers: bedienden die specifiek cliënteel opsporen en bezoeken en zaken afsluiten.
  • Dienstboden: arbeiders die specifiek in een huishoudelijke context werken.

Het eenheidsstatuut:

  • Onderscheid arbeiders–bedienden grotendeels verouderd.
  • Verschillen inzake ontslagrecht en de carensdag weggewerkt (2013).
  • Veel verschillen blijven echter voortbestaan (zie bijlage boek p. 575).

b) Indeling op basis van de duur

Arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur (OD):

  • Geen duurtijd bepaald.
  • Geen geschrift vereist.
  • Nooit voor het leven!
  • Eenzijdige beëindiging mogelijk mits het respecteren van een opzegperiode en -vergoeding.

Arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd (BD) of voor een duidelijk omschreven werk:

  • Geschrift vereist (met vermelding van de duur of het welbepaalde werk):
    • Ten laatste bij aanvang.
    • Sanctie bij gebrek aan geschrift: omzetting naar onbepaalde duur.
  • Opeenvolging in principe niet toegelaten (anders OD), met uitzonderingen:
    • Bij AO's van bepaalde duur van minstens 3 maanden: max. 4 keer opeenvolgend, zonder in totaal langer dan 2 jaar te duren.
    • Bij AO's van bepaalde duur van minstens 6 maanden: max. 3 jaar lang en telkens met voorafgaand akkoord van de inspectie.

De vervangingsovereenkomst:

  • Enkel te gebruiken om een afwezige werknemer te vervangen.
  • Geschrift met specifieke vermeldingen:
    • Reden van vervanging (= de schorsingsgrond).
    • Identiteit van de vervangen werknemer.
    • Voorwaarden van indienstneming (bv. duur).
  • Maximumduur: 2 jaar.

c) Indeling op basis van de omvang van de arbeidsprestaties

  • Voltijdse AO: arbeidsduur zoals bepaald in de Arbeidswet of bij cao. Geen vormvoorschriften — geen geschrift.
  • Deeltijdse AO: kortere arbeidsduur. Geschrift vereist met verplichte vermeldingen:
    • Deeltijdse arbeidsduurregeling: de wekelijkse arbeidsduur.
    • Arbeidsrooster: de dagen en uren.

Samenvattend overzicht — geschrift vereist?

TypeGeschrift vereist?
Onbepaalde duurNee
VoltijdsNee
Bepaalde duur / omschreven werkJa (ten laatste bij aanvang; anders OD)
VervangingsovereenkomstJa (met specifieke vermeldingen)
DeeltijdsJa (arbeidsduurregeling + rooster)
StudentenJa

2.6 Belangrijke bepalingen i.v.m. de arbeidsovereenkomsten

  • Vermoeden van een arbeidsovereenkomst:
    • Bij handelsvertegenwoordigers.
    • Bij bijkomende prestaties bovenop een bestaande arbeidsovereenkomst.
  • Imperatief (dwingend) karakter van de WAO:
    • Verbod om bij overeenkomst de rechten van werknemers te verminderen of hun verplichtingen te verzwaren.
  • Verantwoordelijkheid van de werkgever voor de handelingen van het leidinggevend personeel.
  • Verjaringstermijnen voor vorderingen gebaseerd op de WAO:
    • 1 jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst, óf
    • 5 jaar na het feit dat de vordering deed ontstaan, maar niet langer dan 1 jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst.

3. Verplichtingen van de partijen Belangrijk

3.1 Gemeenschappelijke verplichting van WG en WN

  • Wederzijdse eerbied en achting.

3.2 Verplichtingen van de werknemer

  1. Wijze van werken (zorgvuldig, naar best vermogen, volgens instructies — art. 17 WAO).
  2. Geheimhouding van bedrijfsgeheimen (fabricage- en zakengeheimen — art. 17 WAO).
  3. Verbod op oneerlijke concurrentie (art. 17 WAO).
  4. Zorgen voor de veiligheid.
  5. Zorgen voor gereedschappen en grondstoffen die hem worden toevertrouwd.
  6. Verantwoordelijkheid voor schade (zie 3.3).
  7. Verantwoordelijkheid voor het afgeleverde werk.
Art. 17 WAO groepeert de plichten van de "goede werknemer": correcte uitvoering, gehoorzaamheid aan instructies, discretie (bedrijfsgeheimen) en het verbod op oneerlijke concurrentie.
Rechtspraak — verbod oneerlijke concurrentie (art. 17, 3°, a) en b) WAO): het Hof van Cassatie oordeelde dat dit verbod een voortdurende verplichting is die blijft gelden na het einde van de arbeidsovereenkomst. (Casus LogistiKK NV: ex-WN startte kort na vertrek een eigen onderneming met vergelijkbare diensten; het verweer dat de vordering verjaard was — meer dan 1 jaar na einde AO — ging hier niet op omdat het om een voortdurende verplichting gaat.)

3.3 Aansprakelijkheid van de werknemer voor schade — art. 18 WAO

Regel (art. 18 WAO): de werknemer geniet een gedeeltelijke immuniteit. Hij is enkel aansprakelijk voor schade die hij in de uitvoering van zijn overeenkomst aan de WG of aan derden berokkent in drie gevallen:
  1. Bedrog (opzet)
  2. Zware fout
  3. Gewoonlijk/vaak voorkomende lichte fout (een lichte fout die eerder gewoonte dan toeval is)
Voor een toevallige (eenmalige) lichte fout is de WN dus niet aansprakelijk.

Aanvullend:

  • Strafrechtelijke kwesties: de WN is wél altijd persoonlijk aansprakelijk (de immuniteit van art. 18 geldt niet strafrechtelijk).
  • Inhouding op loon: bij aansprakelijkheid van de WN kan de schadevergoeding op het loon worden ingehouden.

3.4 Verplichtingen van de werkgever

  1. Werk geven (de WN doen werken volgens de overeengekomen voorwaarden — art. 20 WAO).
  2. Zorgen voor behoorlijke werkomstandigheden (veiligheid en gezondheid — art. 20 WAO).
  3. Loon betalen (op de afgesproken tijd en wijze — art. 20 WAO).
  4. Huisvesting bezorgen (waar van toepassing).
  5. Toelaten dat de WN burgerlijke verplichtingen en geloofsplichten vervult.
  6. Zorgen voor het onthaal van de werknemer.
  7. Zorgen voor arbeidsgereedschap en persoonlijke voorwerpen.
  8. Een getuigschrift en sociale documenten bezorgen bij het einde van de overeenkomst.
  9. Teruggave van het GSM-nummer.
  10. Aansprakelijkheid voor het werk.
  11. Verplichtingen i.v.m. een borgtocht van de werknemer.
  12. Verbod om de voorwaarden van de arbeidsovereenkomst eenzijdig te wijzigen (verbod op eenzijdige wijziging van essentiële arbeidsvoorwaarden).
De kernverplichtingen van de WG — werk geven, behoorlijke werkomstandigheden, loon betalen — staan in art. 20 WAO.

4. Het scholingsbeding

Een scholingsbeding is een beding waarbij de WN zich ertoe verbindt de opleidingskost gedeeltelijk terug te betalen wanneer hij/zij de onderneming verlaat vóór een bepaalde periode verstreken is.

4.1 Geldigheidsvoorwaarden

  1. Schriftelijk – afzonderlijk (per werknemer) – ten laatste bij de start van de vorming.
  2. Enkel geldig voor werknemers met een jaarloon boven de loongrens van 43.106 EUR (2025).
  3. Verplichte vermeldingen m.b.t.: de aard van de opleiding, de kost, de duur en de terugbetaling.

4.2 Begrenzingen

  • Begrenzing van het terug te betalen bedrag: degressief 80 – 50 – 20 (% van de opleidingskost, dalend naargelang de WN langer in dienst blijft; hoe later het vertrek, hoe minder terug te betalen).
  • Begrenzing van de duur van het scholingsbeding: maximaal 3 jaar.

4.3 Geen uitwerking / onbestaand

Gevallen waarbij het scholingsbeding GEEN uitwerking heeft, o.a.:

  • Bij einde AO tijdens de eerste 6 maanden.
  • Bij einde AO door de werkgever (tenzij om een dringende reden).

Gevallen waarbij het scholingsbeding als ONBESTAANDE wordt beschouwd, o.a.:

  • Wanneer de vorming wettelijk verplicht is voor de uitoefening van het beroep.
  • Wanneer niet voldaan is aan de vereisten inzake omvang en kost van de vorming.

5. Het concurrentiebeding

Een concurrentiebeding is een beding waarbij de WN zich ertoe verbindt om na vertrek uit de onderneming geen concurrerende activiteiten aan te vatten — noch als werknemer bij een concurrerende onderneming, noch als zelfstandige.

Basiskenmerken:

  • Het moet over soortgelijk werk gaan.
  • Enkel van toepassing bij ontslag door de WN (en bij ontslag door de WG om dringende reden door de WN), dus:
    • Niet in de eerste 6 maanden van de tewerkstelling.
    • Niet bij beëindiging in onderling akkoord.

5.1 Geldigheidsvoorwaarden — arbeider/bediende

Afhankelijk van het jaarloon (loongrenzen 2025):

Jaarloon (2025)Geldigheid concurrentiebeding
Onder 43.106 EURNooit geldig.
Boven 43.106 EUREnkel geldig als een cao dat bepaalt (de cao moet de functies aanduiden waarvoor het beding mag).
Boven 86.212 EURGeldig, tenzij een cao anders bepaalt.

Bijkomende vormvereisten (voor de gewone WN):

  • Schriftelijk, met geografische beperking en beperking in de tijd (max. duur).
  • Voorzien in een compensatoire vergoeding (compensatie met vergoeding — zie 5.3).

5.2 Afwijkend beding — handelsvertegenwoordiger

  • Geldig bij jaarloon boven 43.106 EUR (2025) (één drempel, geen cao-vereiste).
  • Schriftelijk, met geografische beperking en beperking in de tijd.
  • Geen compensatoire vergoeding vereist.
  • Niet-naleving door de WN → vergoeding gelijk aan 3 maanden loon.

5.3 De compensatoire vergoeding (gewone WN)

  • Hangt samen met de duurtijd van het beding.
  • De WG kan afstand doen van het beding binnen 15 dagen na het einde van de arbeidsovereenkomst (dan is geen compensatoire vergoeding verschuldigd).
  • Een WN die het beding niet respecteert moet dubbel terugbetalen (de ontvangen compensatoire vergoeding terugbetalen + een gelijk bedrag bovenop).
Geheugensteun loongrenzen 2025 (concurrentiebeding, gewone WN):
< 43.106 € → nooit geldig | 43.106–86.212 € → enkel mits cao | > 86.212 € → geldig tenzij cao het uitsluit.
Handelsvertegenwoordiger: één grens (43.106 €), geen compensatoire vergoeding, sanctie niet-naleving = 3 maanden loon.

6. Kernpunten

  • Arbeidsovereenkomst = wederkerige overeenkomst: arbeid + loon + gezag (+ wederkerigheid). Het gezag is de toetssteen t.o.v. de zelfstandige aannemingsovereenkomst.
  • Schijnzelfstandige (toch gezag → herkwalificatie naar WN) · schijnwerknemer (geen gezag → herkwalificatie naar zelfstandige).
  • Geschrift niet vereist bij OD en voltijds; wél bij bepaalde duur, vervanging, deeltijds en studenten (sanctie ontbrekend geschrift bij BD = omzetting naar OD).
  • Art. 17 WAO = plichten goede WN (incl. blijvend verbod oneerlijke concurrentie) · art. 18 WAO = gedeeltelijke immuniteit (enkel bedrog, zware fout, gewoonlijke lichte fout) · art. 20 WAO = kernplichten WG (werk, werkomstandigheden, loon).
  • Scholingsbeding: jaarloon > 43.106 €, degressief 80–50–20, max. 3 jaar.
  • Concurrentiebeding (gewone WN): < 43.106 € nooit; 43.106–86.212 € enkel mits cao; > 86.212 € geldig tenzij cao. Compensatoire vergoeding + dubbele terugbetaling bij niet-naleving. Handelsvertegenwoordiger: één grens, geen vergoeding, sanctie = 3 maanden loon.

Volgende deel: Schorsing & einde AO →