Deel 6 — Welzijn op het werk Belangrijk

Het wettelijk kader rond de bescherming van werknemers tijdens de uitvoering van hun werk: de Welzijnswet, de zeven welzijnsdomeinen, het preventiebeleid van de werkgever en de aanpak van psychosociale risico's. Belangrijk voor het examen — maar enkel de in de les geziene delen zijn examenstof.

1. Wat is welzijn op het werk?

Welzijn op het werk = het geheel van factoren met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden waarin het werk wordt uitgevoerd. Wettelijke basis: de Welzijnswet van 4 augustus 1996 en de Codex over het welzijn op het werk.

De werkgever moet de nodige maatregelen nemen om het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk te bevorderen. Dit welzijn wordt nagestreefd via zeven welzijnsdomeinen.

2. De 7 welzijnsdomeinen

#WelzijnsdomeinOmschrijving
1Arbeidsveiligheidvoorkomen van arbeidsongevallen en gevaarlijke situaties
2Bescherming van de gezondheidvermijden van beroepsziekten en gezondheidsschade op het werk
3Psychosociale aspecteno.a. stress, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
4Ergonomieaanpassen van het werk, de werkpost en arbeidsmiddelen aan de mens
5Arbeidshygiëneblootstelling aan fysische, chemische en biologische agentia
6Verfraaiing van de werkplaatsenaangename en gezonde inrichting van de werkomgeving
7Maatregelen i.v.m. leefmilieuvoor zover die een invloed hebben op de andere welzijnsdomeinen
Enkel de in de les geziene delen van dit hoofdstuk zijn examenstof. Wat hieronder volgt is de premium-uitwerking van die geziene onderdelen.

3. Verplichtingen van de werkgever

De werkgever moet een preventiebeleid voeren. De kern daarvan is het dynamisch risicobeheersingssysteem: een continu proces om risico's te beheersen.

Dynamisch risicobeheersingssysteem (DRBS) = een doorlopend proces van risicoanalyse → preventiemaatregelen vaststellen en uitvoeren → evaluatie en bijsturing.

Dit systeem wordt vertaald in twee planningsdocumenten:

  • Globaal preventieplan (GPP) — voor een periode van 5 jaar; bevat de strategie en de te bereiken doelstellingen op lange termijn.
  • Jaarlijks actieplan (JAP) — concretiseert het GPP voor het komende dienstjaar.

Bij het uitwerken van de maatregelen gelden de algemene preventieprincipes, opgebouwd als een preventiehiërarchie:

  1. risico's vermijden;
  2. risico's die niet vermeden kunnen worden, evalueren;
  3. risico's bestrijden aan de bron;
  4. het werk aanpassen aan de mens;
  5. collectieve beschermingsmaatregelen vóór individuele (PBM);
  6. werknemers passende informatie en instructies geven.
Onthoud de logica: eerst vermijden, dan bron bestrijden, en collectieve bescherming vóór individuele bescherming. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zijn pas het sluitstuk.

4. Verplichtingen van de werknemer

Welzijn is een gedeelde verantwoordelijkheid. Elke werknemer moet, naar best vermogen, zorg dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. Concreet:

  • correct gebruik van arbeidsmiddelen, gevaarlijke stoffen en de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM);
  • meewerken aan het preventiebeleid en de instructies van de werkgever opvolgen;
  • gevaren melden aan de werkgever en aan de bevoegde diensten.

5. Preventieadviseur en preventiediensten

De preventieadviseur staat de werkgever, de werknemers en het comité bij in de toepassing van het welzijnsbeleid. Hij heeft een adviserende en onafhankelijke rol.
DienstAfkortingRol
Interne dienst voor preventie en bescherming op het werkIDPBWelke werkgever moet er één hebben; één of meer preventieadviseurs binnen de onderneming
Externe dienst voor preventie en bescherming op het werkEDPBWaanvulling op de interne dienst (o.a. arbeidsarts) wanneer de interne dienst de taken niet volledig kan opnemen

De preventiediensten werken samen met het Comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW), het overlegorgaan met werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers dat advies geeft over het welzijnsbeleid.

6. Psychosociale risico's

Psychosociale risico's op het werk (PSR) = de kans dat een werknemer psychische of lichamelijke schade ondervindt door de blootstelling aan elementen in de arbeidsorganisatie of -voorwaarden, met name stress, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

De werkgever moet deze risico's voorkomen via risicoanalyse en passende maatregelen. Voor de aanpak van individuele situaties bestaan twee aanspreekpunten:

  • Vertrouwenspersoon — laagdrempelig eerste aanspreekpunt; informele opvang en bemiddeling.
  • Preventieadviseur psychosociale aspecten — gespecialiseerde adviseur die ook de formele procedure behandelt.

Een werknemer die meent schade te ondervinden, kan kiezen tussen twee procedures:

ProcedureInhoud
Informele proceduregesprek, bemiddeling of interventie bij een andere persoon, via de vertrouwenspersoon of preventieadviseur PSA
Formele procedureschriftelijk verzoek bij de preventieadviseur PSA, die de situatie onderzoekt en de werkgever adviseert over maatregelen
De werknemer kiest zelf tussen de informele en de formele procedure. De informele weg is vaak een eerste stap, maar is geen verplichte voorwaarde om de formele procedure te starten.

7. Kernpunten

  • Welzijnswet 4 augustus 1996 + Codex = het wettelijk kader.
  • Welzijn = geheel van factoren m.b.t. de arbeidsvoorwaarden waarin het werk wordt uitgevoerd, nagestreefd via 7 welzijnsdomeinen.
  • Werkgever voert een preventiebeleid via het dynamisch risicobeheersingssysteem, het globaal preventieplan (5 jaar) en het jaarlijks actieplan.
  • Preventiehiërarchie: vermijden → evalueren → bestrijden aan de bron → collectieve vóór individuele bescherming.
  • Werknemer: correct gebruik van arbeidsmiddelen/PBM, meewerken en gevaren melden.
  • Preventieadviseur in de IDPBW (intern) en EDPBW (extern); overleg via het CPBW.
  • Psychosociale risico's (stress, geweld, pesterijen, ongewenst seksueel gedrag): vertrouwenspersoon en preventieadviseur PSA, met een informele en een formele procedure.

Volgende deel: Sociale zekerheid →