Kernpunten — korte samenvatting

De essentie per deel in bondige bullets: kernbegrippen, definities in één zin, jaartallen, artikelen en getallen. Bedoeld als memoriseerblad voor de laatste herhaling vlak vóór het examen — geen volledige uitleg, enkel wat je moet kunnen reproduceren.

Deel 1 — Domein Minder belangrijk

Deel 2 — Collectieve arbeidsverhoudingen Belangrijk

Deel 3 — Individuele AO: begrippen Zeer belangrijk

  • Basiswet = Wet 3 juli 1978 (WAO). Toepassing: arbeiders, bedienden, handelsvertegenwoordigers, dienstboden, studenten (uitzendkrachten = aparte wet).
  • Definitie AO: wederkerige overeenkomst — arbeid tegen loon onder gezag. Gezag/ondergeschiktheid = onderscheidend criterium met zelfstandige.
  • 4 bestanddelen ↔ tegenvoorbeeld: wederkerig ↔ statuut (ambtenaar) · arbeid ↔ opleiding · loon ↔ onkostenvergoeding · gezag ↔ geen gezag (aanneming).
  • Schijnzelfstandige/-werknemer → herkwalificatie. Arbeidsrelatiewet: neutrale/algemene/specifieke criteria; vermoeden in risicosectoren (>1/2 van 9 criteria); platformwerkers (3/8 of 2 v.d. laatste 5).
  • Geschrift vereist? Nee bij OD/voltijds; Ja bij bepaalde duur, vervanging, deeltijds, studenten. Geen geschrift BD → omzetting naar OD.
  • Opeenvolgende BD: ≥ 3 mnd → max / totaal ≤ 2 jaar; ≥ 6 mnd → max 3 jaar mits inspectie. Vervangingsovereenkomst: max 2 jaar.
  • Eenheidsstatuut (2013): verschil arbeiders–bedienden in ontslagrecht + carensdag weggewerkt.
  • Verplichtingen WN — art. 17 WAO: zorgvuldig werken, geheimhouding, verbod oneerlijke concurrentie (blijft na einde AO).
  • Aansprakelijkheid WN — art. 18 WAO: enkel bij bedrog · zware fout · gewoonlijke lichte fout (niet bij toevallige lichte fout). Strafrechtelijk altijd persoonlijk.
  • Verplichtingen WG — art. 20 WAO: werk geven · behoorlijke werkomstandigheden · loon betalen. Verbod eenzijdige wijziging essentiële voorwaarden.
  • Verjaring: 1 jaar na einde AO óf 5 jaar na feit (max 1 jaar na einde AO).
  • Scholingsbeding: schriftelijk, jaarloon > 43.106 € (2025), degressief 80–50–20 %, max 3 jaar.
  • Concurrentiebeding (gewone WN, 2025): < 43.106 € nooit geldig · 43.106–86.212 € enkel mits cao · > 86.212 € geldig tenzij cao. Handelsvertegenwoordiger: één grens 43.106 €, geen vergoeding, sanctie = 3 maanden loon. WG kan afstand binnen 15 dagen na einde AO.

Deel 4 — Schorsing & einde AO Zeer belangrijk

  • Schorsing = gevolgen AO tijdelijk opgeschort (AO blijft bestaan). Kernvraag: loonbehoud WG? vervangingsinkomen (ZIV/RVA)?
  • Geen loonbehoud: overmacht, staking, voorlopige vrijheidsberoving, verlof om dwingende reden. Wel loon: onvolledige arbeidsdag, kort verzuim, vakantie (bediende).
  • Gewaarborgd loon ziekte = 30 dagen. Arbeider: 100 % (d1-7) · 85,88 % (d8-14) · 25,88 % (d15-30). Bediende kort BD: 86,93 % / 26,93 %. Verwittiging + attest (uitz.: 3×/jaar 1 dag → vanaf 2026 nog 2×).
  • Moederschap: prenataal 6 weken (1 verplicht), postnataal 9 weken verplicht; verbod 1 week vóór / 9 weken ná; uitkering ZIV 82 % → 75 %. Geboorteverlof partner: 20 dagen (eerste 3 loon).
  • Tijdelijke werkloosheid: arbeiders (technische stoornis/slecht weer/economisch) — bedienden (enkel economisch); uitkering RVA + supplement.
  • Thematische verloven/tijdskrediet: ontslagbescherming, sanctie verboden ontslag = 6 maanden loon (idem politiek mandaat); onderbrekingsuitkering RVA.
  • Einde — wijzen: onderlinge toestemming · overlijden (WN automatisch, WG niet) · medische overmacht · dringende reden · eenzijdig OD (opzegging/verbreking) · einde termijn BD.
  • Dringende reden = ernstige tekortkoming die samenwerking onmiddellijk onmogelijk maakt → geen termijn/vergoeding. Termijnen: ontslag binnen 3 werkdagen + motivering schriftelijk binnen 3 werkdagen (3+3). Niet ernstig/te laat → herkwalificatie "gewoon" ontslag + vergoeding.
  • Opzegging: schriftelijk, duur + start vermeld; aangetekend (3e werkdag) / deurwaarder / overhandiging (enkel WN); aanvang = maandag na week kennisgeving. Verbreking = niet-naleven termijn → opzeggingsvergoeding (lopend loon).
  • Opzegtermijn-logica: eenheidsstatuut sinds 2014; in weken; o.b.v. anciënniteit; WN korter + max. Bij schorsing: opzeg door WG stopt tijdelijk; door WN loopt door.
  • Overgangsregeling (in dienst vóór 2014): "dubbele foto" — vastklikken op 31/12/2013 + termijn vanaf 1/1/2014 → optellen. Bediende loongrens 32.254 € (< = 3 mnd/begonnen 5 jaar; ≥ = 1 mnd/jaar, min. 3 mnd).
  • Nietige bedingen einde: huwelijk · moederschap · pensioenleeftijd · loonbeslag.
  • Sollicitatieverlof: laatste 26 weken → 2 halve dagen/week, daarvoor 1. Outplacement: opzeg ≥ 30 weken óf 45+ met 1 jaar anciënniteit.
  • Motiveringsplicht (cao nr. 109): aanvraag 2 mnd (verbreking) / 6 mnd (opzeg); WG antwoordt binnen 2 mnd, boete = 2 weken loon. Kennelijk onredelijk ontslag → 3–17 weken loon.

Deel 5 — Reglement, loon & arbeidswet Zeer belangrijk

  • Arbeidsreglement = bron van arbeidsvoorwaarden; 3 soorten vermeldingen (wettelijk verplicht / via andere reglementering / vrij). Procedure mét OR (initiatiefrecht) vs. zonder OR (ontwerp WG + opmerkingenregister → inspectie → PC).
  • Loonwet (12 april 1965): loon = geld + fooien + in geld waardeerbare voordelen. NIET: vakantiegeld, SZ-aanvullingen, winstpremies, sociaal abonnement.
  • Loonbetaling: euro · giraal · regelmatig/vaste tijdstippen · geoorloofde plaats · loonbrief. Inhoudingen max 1/5 van het loon.
  • GGMMI = 2.111,89 € (1/2/2025), vanaf 18 jaar, suppletief, geïndexeerd.
  • Loon & schuldeisers: overdracht = vrijwillig (overeenkomst) · beslag = gedwongen (vonnis/deurwaarder). Loonschijven beschermen nettoloon; uitzondering = onderhoudsgeld.
  • Arbeidsduur (Arbeidswet 16 maart 1971): 8u/dag · 38u/week; prestaties 6u-20u; werkperiode ≥ 3u; in principe niet op zondag.
  • Gemiddelde over trimester → jaar; interne grens 143u; grote flexibiliteit max 12u/dag.
  • Rust: dagelijks 11u/24u · wekelijks 35u · pauze 15 min na max 6u arbeid.
  • Overloon: 50 % (gewone dagen + zaterdag) · 100 % (zondag + feestdag); principieel verbod overwerk met uitzonderingen + inhaalrust.
  • 10 wettelijke feestdagen (wet 4 jan. 1974): nieuwjaar, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaart, pinkstermaandag, 21 juli, 15 aug., Allerheiligen, 11 nov., Kerstmis.
  • Samenval met zondag/inactiviteitsdag → vervangingsdag (sector/onderneming, anders eerstvolgende werkdag). Bekendmaking via arbeidsreglement vóór 15 december; loon alsof gewerkt.
  • Antidiscriminatie: direct/indirect; klacht bij arbeidsrechtbank of Unia; 6 maanden loon forfaitair of werkelijke schade; verschoven bewijslast.

Deel 6 — Welzijn op het werk Minder belangrijk

  • Welzijnswet 1996 = basiswet welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
  • 7 welzijnsdomeinen: arbeidsveiligheid · gezondheid · psychosociale belasting · ergonomie · arbeidshygiëne · verfraaiing werkplaatsen · leefmilieu (interne/externe invloed).
  • Aanpak via dynamisch risicobeheersingssysteem + preventiebeleid (globaal preventieplan + jaarlijks actieplan).
  • Preventieadviseur: adviseert WG over welzijnsbeleid; werkt via interne dienst PBW, aangevuld met externe dienst PBW (o.a. arbeidsarts).
  • Overleg over welzijn: CPBW (Comité PBW, ≥ 50 WN). Psychosociale risico's: geweld, pesten, ongewenst seksueel gedrag → vertrouwenspersoon + procedures.

Deel 7 — Sociale zekerheid Zeer belangrijk

  • Doel: aan elke burger voldoende bestaansmiddelen waarborgen bij bedreiging door sociale risico's. Enge zin = sociale zekerheid (verzekeringslogica) · brede zin = sociale bijstand (leefloon/OCMW).
  • 7 takken: pensioen · werkloosheid · arbeidsongevallen · beroepsziekten · gezinsbijslag · ZIV · jaarlijkse vakantie.
  • 3 stelsels: werknemers (AO) · zelfstandigen (geen gezag) · ambtenaren (statuut).
  • Financiering: sociale bijdragen 65 % · rijksbijdragen 25 % · andere 10 %. Techniek = omslagstelsel (repartitie), niet kapitalisatie. Inning via RSZ.
  • Loonketen: loonkost WG → brutoloon → belastbaar loon → nettoloon.
  • Werknemerspercentages: patronale RSZ ± 25 % (bovenop bruto) · RSZ werknemer 13,07 % (van bruto) · bedrijfsvoorheffing (van belastbaar). RSZ → RSZ; bedrijfsvoorheffing → FOD Financiën; beide per kwartaal.
  • Zelfstandigen: aansluiting sociaal verzekeringsfonds → RSVZ. Geen werkloosheid, arbeidsongevallen, beroepsziekten. Wel ZIV, pensioen, gezinsbijslag/moederschap, overbruggingsrecht, mantelzorg.
  • Bijdragen zelfstandigen — 2 stappen: (1) voorlopig op inkomen N−3; (2) na ± 2 jaar herziening + regularisatie op werkelijk inkomen. Vb. inkomen 2025 → kijkt naar 2023.
  • Percentages hoofdberoep: 20,5 % tot 73.447,52 € · 14,16 % van 73.447,52 tot 108.238,40 € · 0 % daarboven. Min. 871,71 €/kwartaal · max. 4.995,78 €/kwartaal.
  • Overbruggingsrecht bij stopzetting: faillissement, collectieve schuldenregeling, economische moeilijkheden, overmacht → tijdelijke uitkering.