Kernpunten — korte samenvatting
De essentie per deel in bondige bullets: kernbegrippen, definities in één zin, jaartallen, artikelen en getallen. Bedoeld als memoriseerblad voor de laatste herhaling vlak vóór het examen — geen volledige uitleg, enkel wat je moet kunnen reproduceren.
Deel 1 — Domein Minder belangrijk
- Sociaal recht = arbeidsrecht + socialezekerheidsrecht.
- Arbeidsrecht = privaatrecht; verhouding WN ↔ WG; veel dwingend recht.
- Socialezekerheidsrecht = publiekrecht; burger ↔ overheid; inkomensgarantie bij sociale risico's; verzorgingsstaat; eenzijdigheid/dominantie overheid.
- Individueel arbeidsrecht = WN ↔ WG · collectief = werknemers ↔ werkgever(s).
- Privaatrecht: contractsvrijheid + gelijkwaardigheid — maar geldt niet onverkort.
- Art. 23 Gw. = sociale grondrechten (1° arbeid + collectief onderhandelen; 2° sociale zekerheid).
- Art. 6 WAO = dwingend, beschermend recht WN: strijdige bedingen nietig (afwijken ten gunste WN kan, ten nadele niet).
- Arbeidsrecht = uitzonderingsrecht (t.o.v. burgerlijk recht) + beschermend recht.
- Decreet d'Allarde (1791) = vrijheid beroepskeuze · Wet Le Chapelier (1791) = verbod coalities · art. 415 Sw. = coalitieverbod (strafrechtelijk) · art. 1781 BW = bevoordeelde WG.
- "Sociale kwestie" = miserabele toestand arbeidersproletariaat (19de e.); sociale onrusten 1886.
- Eerste sociale wetten: 1887 loonbescherming · 1889 vrouwen-/kinderarbeid · 1896 werkplaatsreglement · 1900 wet AO · 1905 zondagsrust · 1921 vrijheid van vereniging.
Deel 2 — Collectieve arbeidsverhoudingen Belangrijk
- Individuele AO: arbeid + loon + gezag (3 essentiële elementen).
- Sociaal overleg = gestructureerd overleg tussen sociale partners; "paritair" = WG en WN gelijk vertegenwoordigd.
- Syndicalisatiegraad België ± 52 % (hoog). Drie vakbonden: ABVV (socialistisch, militant) · ACV (christelijk, grootste) · ACLVB (liberaal).
- Vakbondsvrijheid = IAO-verdrag 87 · recht op actie = IAO 98 · representativiteit = art. 3 Cao-wet. Vakbonden: in principe geen rechtspersoonlijkheid (beperkt/functioneel).
- Cao = akkoord tussen representatieve WN- en WG-organisaties dat individuele én collectieve verhoudingen vastlegt.
- Cao per niveau: interprofessioneel = NAR · sectoraal = PC/PSC · ondernemings-cao = bedrijf zelf.
- Inhoud cao: normatief (individueel + collectief) + obligatoir (informatie-, beïnvloedings-, vredesplicht). Registratie bij FOD WASO = substantieel vormvereiste.
- Binding cao: principieel · suppletief (individueel-normatief van paritaire cao; schriftelijk afwijken in individuele AO kan) · veralgemeend (AVV) bij KB → BS, afwijken niet meer mogelijk, inbreuk = misdrijf · voortgezet (art. 23 Cao-wet).
- Hiërarchie rechtsbronnen (art. 51 Cao-wet) — lagere niet strijdig met hogere: 1. dwingend recht · 2. AVV-cao's · 3. niet-AVV-cao's (principieel) · 4. geschreven individuele AO · 5. niet-AVV-cao (suppletief) · 6. arbeidsreglement · 7. aanvullend recht · 8. mondelinge AO · 9. gebruik.
- Organen buiten onderneming: NAR (nationaal/interprofessioneel, paritair, 26 leden, 4 jaar; cao's met nummer) · PC/PSC (sectoraal; nr. 1=arbeiders, 2=bedienden, 3=gemengd) · Groep van Tien (buitenwettelijk, 5+5, IPA's).
- Organen binnen onderneming: OR (≥ 100 WN; arbeidsreglement, vakantie) · CPBW (≥ 50 WN; welzijn) · Syndicale afvaardiging (cao nr. 5).
- Sociale verkiezingen om de 4 jaar; ook niet-verkozen kandidaten OR genieten bijzondere ontslagbescherming.
- Arbeidsreglement = "huishoudelijk reglement"; bindend WG + WN; opstelling/wijziging via OR (akkoord → 15 dagen) of zonder OR (aanplakking + 15 dagen opmerkingen).
Deel 3 — Individuele AO: begrippen Zeer belangrijk
- Basiswet = Wet 3 juli 1978 (WAO). Toepassing: arbeiders, bedienden, handelsvertegenwoordigers, dienstboden, studenten (uitzendkrachten = aparte wet).
- Definitie AO: wederkerige overeenkomst — arbeid tegen loon onder gezag. Gezag/ondergeschiktheid = onderscheidend criterium met zelfstandige.
- 4 bestanddelen ↔ tegenvoorbeeld: wederkerig ↔ statuut (ambtenaar) · arbeid ↔ opleiding · loon ↔ onkostenvergoeding · gezag ↔ geen gezag (aanneming).
- Schijnzelfstandige/-werknemer → herkwalificatie. Arbeidsrelatiewet: neutrale/algemene/specifieke criteria; vermoeden in risicosectoren (>1/2 van 9 criteria); platformwerkers (3/8 of 2 v.d. laatste 5).
- Geschrift vereist? Nee bij OD/voltijds; Ja bij bepaalde duur, vervanging, deeltijds, studenten. Geen geschrift BD → omzetting naar OD.
- Opeenvolgende BD: ≥ 3 mnd → max 4× / totaal ≤ 2 jaar; ≥ 6 mnd → max 3 jaar mits inspectie. Vervangingsovereenkomst: max 2 jaar.
- Eenheidsstatuut (2013): verschil arbeiders–bedienden in ontslagrecht + carensdag weggewerkt.
- Verplichtingen WN — art. 17 WAO: zorgvuldig werken, geheimhouding, verbod oneerlijke concurrentie (blijft na einde AO).
- Aansprakelijkheid WN — art. 18 WAO: enkel bij bedrog · zware fout · gewoonlijke lichte fout (niet bij toevallige lichte fout). Strafrechtelijk altijd persoonlijk.
- Verplichtingen WG — art. 20 WAO: werk geven · behoorlijke werkomstandigheden · loon betalen. Verbod eenzijdige wijziging essentiële voorwaarden.
- Verjaring: 1 jaar na einde AO óf 5 jaar na feit (max 1 jaar na einde AO).
- Scholingsbeding: schriftelijk, jaarloon > 43.106 € (2025), degressief 80–50–20 %, max 3 jaar.
- Concurrentiebeding (gewone WN, 2025): < 43.106 € nooit geldig · 43.106–86.212 € enkel mits cao · > 86.212 € geldig tenzij cao. Handelsvertegenwoordiger: één grens 43.106 €, geen vergoeding, sanctie = 3 maanden loon. WG kan afstand binnen 15 dagen na einde AO.
Deel 4 — Schorsing & einde AO Zeer belangrijk
- Schorsing = gevolgen AO tijdelijk opgeschort (AO blijft bestaan). Kernvraag: loonbehoud WG? vervangingsinkomen (ZIV/RVA)?
- Geen loonbehoud: overmacht, staking, voorlopige vrijheidsberoving, verlof om dwingende reden. Wel loon: onvolledige arbeidsdag, kort verzuim, vakantie (bediende).
- Gewaarborgd loon ziekte = 30 dagen. Arbeider: 100 % (d1-7) · 85,88 % (d8-14) · 25,88 % (d15-30). Bediende kort BD: 86,93 % / 26,93 %. Verwittiging + attest (uitz.: 3×/jaar 1 dag → vanaf 2026 nog 2×).
- Moederschap: prenataal 6 weken (1 verplicht), postnataal 9 weken verplicht; verbod 1 week vóór / 9 weken ná; uitkering ZIV 82 % → 75 %. Geboorteverlof partner: 20 dagen (eerste 3 loon).
- Tijdelijke werkloosheid: arbeiders (technische stoornis/slecht weer/economisch) — bedienden (enkel economisch); uitkering RVA + supplement.
- Thematische verloven/tijdskrediet: ontslagbescherming, sanctie verboden ontslag = 6 maanden loon (idem politiek mandaat); onderbrekingsuitkering RVA.
- Einde — wijzen: onderlinge toestemming · overlijden (WN automatisch, WG niet) · medische overmacht · dringende reden · eenzijdig OD (opzegging/verbreking) · einde termijn BD.
- Dringende reden = ernstige tekortkoming die samenwerking onmiddellijk onmogelijk maakt → geen termijn/vergoeding. Termijnen: ontslag binnen 3 werkdagen + motivering schriftelijk binnen 3 werkdagen (3+3). Niet ernstig/te laat → herkwalificatie "gewoon" ontslag + vergoeding.
- Opzegging: schriftelijk, duur + start vermeld; aangetekend (3e werkdag) / deurwaarder / overhandiging (enkel WN); aanvang = maandag na week kennisgeving. Verbreking = niet-naleven termijn → opzeggingsvergoeding (lopend loon).
- Opzegtermijn-logica: eenheidsstatuut sinds 2014; in weken; o.b.v. anciënniteit; WN korter + max. Bij schorsing: opzeg door WG stopt tijdelijk; door WN loopt door.
- Overgangsregeling (in dienst vóór 2014): "dubbele foto" — vastklikken op 31/12/2013 + termijn vanaf 1/1/2014 → optellen. Bediende loongrens 32.254 € (< = 3 mnd/begonnen 5 jaar; ≥ = 1 mnd/jaar, min. 3 mnd).
- Nietige bedingen einde: huwelijk · moederschap · pensioenleeftijd · loonbeslag.
- Sollicitatieverlof: laatste 26 weken → 2 halve dagen/week, daarvoor 1. Outplacement: opzeg ≥ 30 weken óf 45+ met 1 jaar anciënniteit.
- Motiveringsplicht (cao nr. 109): aanvraag 2 mnd (verbreking) / 6 mnd (opzeg); WG antwoordt binnen 2 mnd, boete = 2 weken loon. Kennelijk onredelijk ontslag → 3–17 weken loon.
Deel 5 — Reglement, loon & arbeidswet Zeer belangrijk
- Arbeidsreglement = bron van arbeidsvoorwaarden; 3 soorten vermeldingen (wettelijk verplicht / via andere reglementering / vrij). Procedure mét OR (initiatiefrecht) vs. zonder OR (ontwerp WG + opmerkingenregister → inspectie → PC).
- Loonwet (12 april 1965): loon = geld + fooien + in geld waardeerbare voordelen. NIET: vakantiegeld, SZ-aanvullingen, winstpremies, sociaal abonnement.
- Loonbetaling: euro · giraal · regelmatig/vaste tijdstippen · geoorloofde plaats · loonbrief. Inhoudingen max 1/5 van het loon.
- GGMMI = 2.111,89 € (1/2/2025), vanaf 18 jaar, suppletief, geïndexeerd.
- Loon & schuldeisers: overdracht = vrijwillig (overeenkomst) · beslag = gedwongen (vonnis/deurwaarder). Loonschijven beschermen nettoloon; uitzondering = onderhoudsgeld.
- Arbeidsduur (Arbeidswet 16 maart 1971): 8u/dag · 38u/week; prestaties 6u-20u; werkperiode ≥ 3u; in principe niet op zondag.
- Gemiddelde over trimester → jaar; interne grens 143u; grote flexibiliteit max 12u/dag.
- Rust: dagelijks 11u/24u · wekelijks 35u · pauze 15 min na max 6u arbeid.
- Overloon: 50 % (gewone dagen + zaterdag) · 100 % (zondag + feestdag); principieel verbod overwerk met uitzonderingen + inhaalrust.
- 10 wettelijke feestdagen (wet 4 jan. 1974): nieuwjaar, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaart, pinkstermaandag, 21 juli, 15 aug., Allerheiligen, 11 nov., Kerstmis.
- Samenval met zondag/inactiviteitsdag → vervangingsdag (sector/onderneming, anders eerstvolgende werkdag). Bekendmaking via arbeidsreglement vóór 15 december; loon alsof gewerkt.
- Antidiscriminatie: direct/indirect; klacht bij arbeidsrechtbank of Unia; 6 maanden loon forfaitair of werkelijke schade; verschoven bewijslast.
Deel 6 — Welzijn op het werk Minder belangrijk
- Welzijnswet 1996 = basiswet welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
- 7 welzijnsdomeinen: arbeidsveiligheid · gezondheid · psychosociale belasting · ergonomie · arbeidshygiëne · verfraaiing werkplaatsen · leefmilieu (interne/externe invloed).
- Aanpak via dynamisch risicobeheersingssysteem + preventiebeleid (globaal preventieplan + jaarlijks actieplan).
- Preventieadviseur: adviseert WG over welzijnsbeleid; werkt via interne dienst PBW, aangevuld met externe dienst PBW (o.a. arbeidsarts).
- Overleg over welzijn: CPBW (Comité PBW, ≥ 50 WN). Psychosociale risico's: geweld, pesten, ongewenst seksueel gedrag → vertrouwenspersoon + procedures.
Deel 7 — Sociale zekerheid Zeer belangrijk
- Doel: aan elke burger voldoende bestaansmiddelen waarborgen bij bedreiging door sociale risico's. Enge zin = sociale zekerheid (verzekeringslogica) · brede zin = sociale bijstand (leefloon/OCMW).
- 7 takken: pensioen · werkloosheid · arbeidsongevallen · beroepsziekten · gezinsbijslag · ZIV · jaarlijkse vakantie.
- 3 stelsels: werknemers (AO) · zelfstandigen (geen gezag) · ambtenaren (statuut).
- Financiering: sociale bijdragen 65 % · rijksbijdragen 25 % · andere 10 %. Techniek = omslagstelsel (repartitie), niet kapitalisatie. Inning via RSZ.
- Loonketen: loonkost WG → brutoloon → belastbaar loon → nettoloon.
- Werknemerspercentages: patronale RSZ ± 25 % (bovenop bruto) · RSZ werknemer 13,07 % (van bruto) · bedrijfsvoorheffing (van belastbaar). RSZ → RSZ; bedrijfsvoorheffing → FOD Financiën; beide per kwartaal.
- Zelfstandigen: aansluiting sociaal verzekeringsfonds → RSVZ. Geen werkloosheid, arbeidsongevallen, beroepsziekten. Wel ZIV, pensioen, gezinsbijslag/moederschap, overbruggingsrecht, mantelzorg.
- Bijdragen zelfstandigen — 2 stappen: (1) voorlopig op inkomen N−3; (2) na ± 2 jaar herziening + regularisatie op werkelijk inkomen. Vb. inkomen 2025 → kijkt naar 2023.
- Percentages hoofdberoep: 20,5 % tot 73.447,52 € · 14,16 % van 73.447,52 tot 108.238,40 € · 0 % daarboven. Min. 871,71 €/kwartaal · max. 4.995,78 €/kwartaal.
- Overbruggingsrecht bij stopzetting: faillissement, collectieve schuldenregeling, economische moeilijkheden, overmacht → tijdelijke uitkering.